22-01-16

Dichter bij de geest

De Blogfilosofen              

http://deblogfilosooftheblogphilosopher.skynetblogs.be/ar...

BLOGKUNSTENAAR. BLOGNOVELLEN

http://deblogfilosooftheblogphilosopher.skynetblogs.be/ar... 

 

Gotlev en het te schetsen leven        

http://deblogfilosooftheblogphilosopher.skynetblogs.be/ar...

Karel Kompel's revolutie, 'referendumroman'        

Planetary News 2040        

Geloven is een zoektocht

http://deblogfilosooftheblogphilosopher.skynetblogs.be/ar...

Ach ja, de liefde :zie    http://achjadeliefde.skynetblogs.be

Dichter bij de geest

Overmorgen, bijna 55 geleden, koos ik er voor, koos de resultante van toestanden die aan mij voorafgingen, er voor, om een negen maand en twee weken ouder eitje als woonst in te nemen. Je kan natuurlijk ook stellen dat ik er voor koos om twee delen van één eenheid samen te voegen of dat het andere deel van mezelf me wenkte.   Je kan je natuurlijk ook afvragen in welke mate je zelf iets te willen hebt en er niet een meer dirigerende dimensie aan het roer der wezenlijke gebeurtenissen tussen mensen staat.  Ik zat aan de ene kant dus nog in die andere wereld van één van de teelballenuniversums die rondliepen als levende museums van eenieder van het mannelijke kunnen en zijn vertakkingen, die ooit in de xy geschiedenis van de biologische historie een rol hadden gespeeld.  Ik vertoefde dus aan de andere kant dus ook op het eiland ‘eitje’.  Er moet wel enige telepathie al geweest zijn tussen het teelbaluniversum van mijn vader en het ei eiland van ons ma…op die moment in de geschiedenis die in dergelijk universum in maanden wordt verteld.           Via voornamelijk de aanzet van mijn vader of én mijn eigen aanzet in beider universums, verliet ik de wereld der voorvaderlijke zaden, op zoek naar andere chromosomenparen van reeksen van 23 in de xx wereld van het vrouwelijke, ook omdat de reeksen van 46 van mijn vader, mijn oorspronkelijke 23 reeksen als vreemdelingen beschouwden…of als handlangers in het aangaan van nieuwe, toch verwante scheppingen rond 46 chromosomen bevattende cellen eigenlijk. Ook mijn moeder wilde haar eitje weg.  Op zoek dus naar een eitje, zijn eigen toekomstige wederhelft, voelt men zich misschien als een man met zin in seks, de zin in seks gaat in die zin misschien ‘gepaard’ met uitstoting en zoeken naar nieuwe creaties op basis van nieuwe gegevens…zeker altijd een opwindend gegeven. Het feit dat ik een mannetje zou worden, wordt volgens de wetenschap bepaald door het spermatozïde …de xy structuur, niet het oudste  geslachtelijk gegeven in de bio wereld de xx-structuuur maar het zaadje predestineert in feite al miljoenen jaren ons hij of zij wedervaren.  In school 40 jaar terug leerde men het omgekeerde, maar intuïtief wist ik dat het zo niet was…dat het eitje wel een voorkeur kon hebben. Het xx verlangen om te worden overrompeld met duizenden aanbidders waarvan er in de meeste gevallen slechts één niet wordt afgewezen, moet wel geweldig groot geweldig zijn.

Een heel pak sperma renners komt niet in een massaspurt gewoon bij het eitje als over een rechte lijn, nee ze omsingelen het, haar en proberen hun kop binnen te duwen…is het een soort fysieke overmachtige die het haalt, of werkt het eitje die of die keuze meer subtiel naar binnen dan het dat voor een ander rennertje zou doen.  Vormen de renners een soort samenwerkende ploegen naargelang de geaardheden van diegenen die mededingen voor de zege of zijn het allemaal koppige artiesten die zelf hun schepping willen zien gerealiseerd ?  Scheppingen, nieuwe individuen, zijn één ding; misschien gaan er achter de nieuwe personages scenario’ s schuil van voltooiingen van verhaallijnen van beide ouders en hun ouders en zo verder…of zijn scheppingen altijd een uitdrukking van de wederzijdse zielstoestanden op het moment van verwekking ? Misschien ging het in sommige gevallen ook over verhaallijnen die ergens gestopt waren, keuzen die ze niet hadden gemaakt, dingen waar ze nog mee moesten worden geconfronteerd, dat bepalen hoe iemand er uit zou zie, hoe iemand zou worden en of hij of zij zich al of niet goed in zijn of haar lichaam zou voelen in het latere leven. Welk was het verband met een tekst die ik ongeveer 48 jaar later zou schrijven ?       Was er een verband ? http://noemgodgewoonhetleven.skynetblogs.be/archive/2011/03/23/er-was-dus-toch-leven-na-de-dood.html

 

 

Dat zijn allemaal filosofische vragen  !

Voorlopig was ik daar nog niet aan toe, een heleboel praktische dingen stonden me te wachten. Dingen bijvoorbeeld als gevolg van geboren worden in de jaren vijftig, nu 2011, 55 jaar geleden; een soort overgang tussen oudere en modernere tijden.   Want oh ja, ik heb de kasseiwegen nog gekend in het Hageland, maar de tweede grote oorlog van de twintigste eeuw niet als mezelf meegemaakt, alhoewel mijn moeder een scherf van een vliegtuiggranaat in haar malse meisjesdij kreeg, gevaarlijk dicht bij de venuszone…die oorlog had het dus ook op mij gemunt en eitje na eitje zou ik afwachten om alle redenen van oorlogsgeweld te onderzoeken en alleszins theoretisch proberen te neutraliseren via de lange weg waarlangs mijn sociale betrokkenheid en militantisme me zou leiden.  De vrouwen wilde me August, Norbert of Freddy noemen, mijn vader verkoos ‘Octaaf’ , ‘Octaaf’, zoals er ook al iemand in het door de oorlog geteisterde dorp woonde: iemand die als jongetje de massadeportatie van een tachtigtal mensen uit het dorp had meegemaakt en zijn eigen vader nooit had teruggezien. Hij en anderen lieten geen middel onverlet om de oorlog van toen  aan te klagen en alles een cultureel vervolg te geven. Ik zelf zou voortdurend de huidige oorlogen aanklagen, de vraag blijven opgooien waarom er zo veel oorlog was geweest.  

Mijn moeder kwam van een nuchtere familie van boeren, haar ouders, mijn grootvader, precies een oude Zweed en zijn vrouw lijk iemand met Indiaanse roots van vóór de prehistorie. Wat natuurlijk resulteerde in een dochter met grijze ogen en eentje met donkerder ogen, maar toch niet Indiaans donker meer.  Ook de ouders van mijn vader hadden een boerenachtergrond, beide blauwe ogen, bompa  meer een Rus van tegen China en oma  meer zuidelijker Europees warm.  Ik heb er ooit wat over geschreven om het één én ander te duiden. Qua levenslijnen is het opvallend hoe een meisje dat oorlogsslachtoffer werd, samenkomt met iemand uit een dorp van ontzettend veel meer burgerlijke slachtoffers. Mekaar in 1943 ontmoet, midden de oorlog die alles over hoop gooide.  Rond het begin van de oorlog raakte het tussen mijn vader en zijn eerste lief uit een naburig dorp af, mijn eerste drie lieven kwamen uit de verre familielijn van het eerste lief  van mijn vader.  In het scenario van met mekaar scheep gaan lijken tekorten teveel aan te trekken en gelijkaardige pijnen en vreugden ook…of verhalen die niet afgemaakt werden omwille van stoorzenders zoals oorlogen.

 

 

 

 

 

voortijdig testament

 

 

 

1. dichter bij de ziel

 

 

 

 

 

 

 

inleiding

 

 

 

Op velerlei gezichten

 

 

 

staat geschreven dat men nog weinig fascinerends aan het leven vindt.  Nochtans, zelfs alle uitleg omtrent elke discipline van het denken, niet meegerekend, het leven is inderdaad fascinerend.

 

 

 

Hoe meer fascinatie je door hebt, hoe voorspelbaarder alles af en toe wordt, maar daarom niet minder boeiend.  Tegen de tijd dat iets uitkomt ben je alweer vergeten dat je het had aangevoeld.  Ieder heeft een eigen levensverhaal met een prehistorie...het kan jaren, een leven lang duren, voor men beseft dat de tijd tussen de houten tralies van het kinderpark en de ijzeren staven van het sterfbed vervliegt als een kartonnen doos op een aantal windvlagen in een straat bij dag en nacht.  De baby die wil leren lopen wil de wereld in, de bejaarde die onder de medicijnen de pijn en de realiteit vergeet, wil de wereld uit.  Welk een verschil tussen mensjes grootbrengen  en naar de uitgang begeleiden...en toch is het één lange, kronkelige lijn.  Soms heeft het leven ons verblijd, soms sloeg, slaat het ons met verstomming.  Er is heel veel zin te vinden tussen al die onzin in het leven.  Een stuk in het leven is bepaald door voorgeschiedenissen, het zich daar van bewust worden verloopt in een aantal gelijklopende episodes die jij zelf en anderen doorlopen.  Sommige punten komen bijeen, andere nauwelijks.

 

 

 

 

 

 

 

In hoeverre kunnen we onze toekomst zelf bepalen ?  Ik vroeg het me af terwijl ik de elementen voor het samenstellen van de autobiografie van mijn recentste klant doornam.

 

 

 

Notities van gesprekken met hem en geschreven literair materiaal in alle mogelijke vormen.

 

 

 

Ik mag het van hem allemaal gebruiken, maar hoe natuurlijk en in welke verhoudingen ?

 

 

 

Een biografieschrijver verwacht misschien wel dat zijn eigen verhaallijn rond het verleden van zijn klant voornamelijk met teksten van het hoofdpersonage aangevuld worden, maar geen opdrachtgever die, terwijl je dagelijks aan iemands biografie schrijft, nog afkomt met een eigen soort dagboekroman die op dat verleden, dat je nog in literatuur aan het verwerken bent, aansluit.  "Voortijdig Testament", moet het werk heten.  Hier gaan we dan met het leven, werk en inzichten en zo meer van mijn cliënt, August, Romeins equivalent voor Octaviaan,  de schrijver-  'predikant' .

 

 A 400 year jump

 


 

Everything is recent. Writing somebodies biography, one can start in the now and go back from time to time or one can start in a certain past and the even jump into the future, projecting things in the future becomes more possible ones you get very skilled in the two first methods. The preacher whose biography I will write will intervene in the present time, I will start in the present.
Once upon a time there was a man who descended from a long line of people which all had some ties with a Spanish officer who married a Flemish farmer 's daughter. His name was Vicca and he arrived in the South Netherlands to do the dirty work for the Spanish king and all the wealthy persons that surrounded him. VicCA did not like what he was doing and in those days (16 th century) one had to tell ones conscience that it was all for the victory of the CAtholic church.
Vicca obeyed his general Alva and was rewarded with a piece of land about 45 kilometers from Bruselas (Brussels). He married a local woman, Josephina Blueyd and witnessed that period in history when the northern, dialects of Dutch speaking people broke away from the Roman catholic church. For the next 400 years the southern part, the Flemish part, was not as free as it comes to religious interpretation of the bible as the northern part. Spanish clergy put the accent more on suffering as a necessity to reach heaven then the followers of the different branches of protestants. Understanding the world in a more scientific and philosophical way, still had a long way to go for the large majority of people. Whether one believed in God or whether one felt oneself as a part of everlasting nature, life was hard in those days. Feeling a bit guilty about his military career, Dionysus gave money to construct the 'chapel of the sad people' in Wever, near the village of Attenrode where he died in 1584. The Flemish nationalist with the name of the first village in his name, wasn't born yet. Telematics and the telecom company ATT didn't exist yet and there was limited class struggle, which did not call itself 'red'(rood) yet. Officially the chapel was to be dedicated to one of the victories over the army of the Dutch leader Willem Van Nassau...but in fact more psychological reasons drove Dionysus Vicca. Speaking of psychological or spiritual reasons…that chapel over there, also became known as the place where hundreds of years later a nun got rid of her religious cloths, even before the time of the modern women ‘s liberation period which started in the sixties of the twentieth century.
History and psychology would affect, as they do for everyone, the lives of the descendants of Josephina and Dionysus, but in a special way, because the confrontation between the South and North of Europe would not only lead to descendants with blue or dark eyes etc... but also at the confrontation of psychological and philosophical attitudes. After a number of historical episodes and generations who passed on their negative and positive emotions in order to let Life continue the search for wisdom, some 4 centuries later a modern preacher was born from the midst of the descendants of Dion. His name was Arthur Tomboy. He would never go and fight for King neither Church and from a certain period in his life, he would take more interest in Atoms and ions, our A. Tomboy, then in the Bible or other religious texts. He discovered that it was possible to prove that dying wasn't the end and wouldn't have the same kind of continuation for everybody. Al dough a socially progressive person, Arthur Tomboy wasn't conservative because of his philosophical approaches concerning life and dead. As he would say one day "replace the word God by the word Life and try to understand what Life in fact is". He would at least write 50 philosophical essays before his picture about Life became complete, but he never would have been able to fully understand the impact of his social, philosophical and psychological and spiritual ideas, without the intensive practical life he was to lead on all those fields. And that is where we will be writing about ones we have jumped over the gap between the sixteenth and twenty first century.
As what social and political issues are concerned, the gap can be overcome by the same stories that some of the descendants of Dion left behind. Some of them were in constant conflict with nobility and looked for land of their own to make a living. Some even immigrated, others tried to make the laws applicable in a more just way. A lot of them were a blessing for their local community, just by being respectful farmers, artisans or caretaking house wives or good friends. Some of them organized artistic events or song on weddings. Others were more trusted in in advice then they would have trusted some priests. Even in the twentieth century there was an editor who supported books on culture and progressive policy making, who lived in Sweden. The direct descendants in the masculine line were farmers in Attenrode, living in the shadow of a castle, saying no when they got too much exploitation of their backs in return for being good hard workers, willingly to do good. When the first world war came, their son flew to Holland and in the second world war he was as a farmer, trader and café holder a leading member of a left wing resistance group. Before and after the second world war, there was a lack of work for young sons of farmers and so it came that the sons of the resistance grandfather of Observer, had to go and find a job as Flemish people near the industry in the French part of the country…but there wasn’t work enough at Cockerill Yards, so the sons took up an independent trade.

 


 

 

 

 

Die van de pomp,de baron en de beervaten

 

 

 

Een 150-tal jaar eerder dan vandaag, midden negentiende eeuw, woonde Jozef met zijn pa in een klein huisje aan de dorpspomp in de buurt van het dorp van zijn latere nageslacht. Zijn vader moest weer eens met paard en beerkar naar de nabijgelegen stad om bij de stadsbewoners drek te gaan scheppen. Niet de drek van de beesten van de boerderijen, maar mensendrek. De stadsbewoners werkten in grote getale bij de plaatselijke suikerfabriek en woonden armoedig, leefden hun volgens de clerus en burgerij te dragen lot uit in huizen die eigenlijk best gesloopt zouden worden. Terug met paard en kar in het pompdorp van de baron aangekomen, begon hij de drek op een akker uit te gieten. Telkens weer met de emmer één van de vaten in, uitkappen en daarna het paard weer aanporren om een aantal meters verder te sleuren. Mesuur, zo was de bijnaam van de vader van Jef, omdat hij nogal bekend was voor de nauwgezetheid waarmee hij zijn werk en het leven opvatte, was zijn slavenarbeid ten dienste van de elite meer dan beu die dag. Zijn lijfspreuk 'alles met mate' ('mesurer', het Frans voor 'meten') was aan herziening of beter nog, aan 'ijking', bijstelling toe. Na het voorval dat ik zo dadelijk ga beschrijven, zou hij weten dat de aanleiding om dat te doen, hem luttele minuten daarna in de het gezicht zou worden geslingerd. Met dank aan de baron van het kasteel.

 

 

 

Midden de werkzaamheden kwam de baron, handen op de rug, inspekteren. “Mesuur, die mest ligt precies niet erg dik”, zei de man met zijn kasteel in het panorama achter zijn rug. Mesuur was heel dat leven van hem ineens op een zeer besliste manier beu. Geen tijd om van het goed weer te genieten, altijd dat verdomde geld dat moest worden verdiend, nooit voldoende tijd voor de eigen luttele perceeltjes grond en de paar koeibeesten, varkens en de plannen met konijnen en kiekens en fruitbomen. De pachter en loonslaaf van de baron stapte af en schreed in de richting van de baron. “Lig ' t hem niet dik genoeg mijnheer de baron”, vroeg hij op de man af, als ware ze volstrekt gelijken en dat was in feite zo. Vóór dat de baron kon antwoorden had Mesuur hem al bij zijn kruis beet en tilde hem bijna tot borsthoogte en met een krachtstoot waarop menig kogelstoter trots zou zijn, lanceerde hij de landheer richting akker en drek...al waar hij met een smak neerplofte. Dit had de baron niet verwacht van die brave, hardwerkende Mesuur. Hij klauterde rechtop en wist dat hij geen verhaal had tegen de kracht van zijn labeurder. Eén en al paniek probeerde hij de stinkende smurrie van zich af te wrijven, waardoor hij het nog erger maakte, want heel zijn vest werd één grote stinkende bruine brij. Mesuur onderdrukte zijn innerlijke plezier en het resultaat van zijn durf en opstand. De baron maakte zich schrijlings uit de voeten en riep Mesuur wanhopig na dat hij dit zich nog zou beklagen. “Loopt schijten en zoekt iemand anders voor die strontjob” !, keelde Mesuur hem achterna.

 

 

 

In gedachten verzonken keerde Messuur met paard en kar terug in de richting van het boerderijtje aan de pomp, gelukkig nog eigen goed van vader op zoon. Hij zou voortaan wel zonder de baron aan zijn geld geraken. Die dag werd ook de toekomst van zijn nageslacht beslist. Voortaan zouden zijn nakomelingen allen hun kost op hun eigen verdienen. Al zouden ze moeten zweten zoals in de bijbel aan Adam en Eva was voorspeld. Wat was er eigenlijk waar aan dat verhaal ? Was die God in dat verhaal niet ook een baron geweest die die mensen gewoon verjaagd had omdat ze eens een appeltje meer wilden van hem ?

 

 

 

Mesuur was niet alleen met zijn verzet. Onder de Tsaren en zijn edelen zwichten miljoenen Russische boeren en de boeren van Napoleon in Frankrijk waren nog maar juist terug thuis of gesneuveld in één of andere oorlog tegen die arme Russische boeren of ander werkmensen uit één of ander Europees land. “Miljaarde, miljaarde, wat een ellende, 't is goed geweest”, was zijn goeiendag toen hij de bijna vermolmde deur van zijn huisje opentrok en het huis met drekwalm vulde”.

 

 

 

“Zoniet eeh manneke, welke wesp heeft 'jouw' gebeten ? ('oech' zegden ze toen) “Normaal gezien ga je je toch altijd eerst wassen in het houten vat onder 't dak buiten”, zei zijn vrouw ietwat zorgelijk.

 

 

 

 Mesuur vertelde zijn verhaal en voegde er voor vrouw Jeanneke en zoon Jozef aan toe, dat nadat de baron tussen de smurrie lag, hij de plaatselijke potentaat nog gevraagd had of “de mest nu wel dik genoeg lag”.

 

 

 

Het gezin zat er na het verhaal over de verzetsdaad van pa en de verbouwereerdheid van de rest van het gezin bij alsof iedereen al in spannig uitkeek naar wat hierop volgen zou. “Het heeft geen zin hier nog veel drukte om te maken”, zei pa Mesuur. Er is nog werk genoeg in de hof en met de beesten. In plaats van met de strond van een ander rond te zeulen ga ik voortaan met onze eigen groenten en fruit en wat gepekeld vlees en kippen en eieren naar 't stad met 't paard”. Jeanneke sloot zich aan bij de plantrekkerij van haar man en tot eenieders verbazing nam ze het woord op een wel heel erg besliste overkomende toon : “dat ze hun was en strijk op 't kasteel voortaan maar zelf doen...ik zal wel zien dat ge om de week op de marktdagen van de omtrek hier tomaten en patatten en bonen genoeg hebt om mee te nemen.” Ook Jozef had plannen : “ Als gij me dat stuk nat grond aan de Bemdbos geeft kan ik daar de klei uithalen om bakstenen te maken, ik heb dat al genoeg zien doen bij Camiel. Een paard om ze te vervoeren heb ik niet nodig, ze zullen van ver komen voor mijn bakstenen, let maar op. En daarbij, de Camiel dat is een plezante grote boer om voor te werken, die leent me zijn beste Brabants paard wel als dat nodig moest zijn. Ik kan op één van de putten die ik daar ga uithalen eenden kweken en kikkers, 't schijnt dat het schoon volk in 't stad die zelfs eet. Gedaan met slaven voor een ander ! Ik zal op tijd een deel stenen voor mijn eigen opzijzetten en me hoger op de Bemdbos een eigen boerderij bouwen. Die patatten dat daar staan die kunt ge op grond van Camiel zetten, hij heeft nog grond braak liggen die je kan pachten...de wurger van 't kasteel zal je pacht toch opzeggen.”

 

 

 

Er werd op de deur geklopt. De veldwachter al van 't kasteel gestuurd om te proberen Messuur schrik aan te jagen, mat zich een geweldige graad van overmoed aan om gewoon te komen zeggen dat de baron klacht indiende. Bij het tweede geneverke dat hij aangeboden kreeg liet hij zijn gestrengheid varen en omdat hij, zoals bijna iedereen in 't dorp, Mesuur altijd al als een heel behulpzaam en wijs mens had ervaren, verklapte hij de familie onder voorbehoud 'van te kunnen zwijgen' dat hij gestuurd was om die 'rebellen aan de pomp'(zo had de baron hun genoemd) eens goed schrik aan te jagen. “ Ook de adel begint schrik voor ons te krijgen”, zei Arthur de overwegend goedlachse veldwachter. “ De baron, die leest alle dagen gazettenpraat en hetgeen er allemaal in de wereld gebeurt, de dag van vandaag Mesuur jonge, ge zou er van verschieten. Een paar maand terug neep de baron ze nogal. Terwijl hij even buiten ging kijken naar zijn werkvolk en ik bij hem, ook burgemeester zijnde, op de facteur moest wachten voor een dringend stuk van de directie van 'binnenlandse zaken', las ik in één van zijn gazetten van 1844 begin juni, dat boze Silezische wevers hoger lonen eisten. Hun lonen werden voortdurend verlaagd door de dikke mannen ginder omdat die anders niet genoeg winst meer maakten sinds andere bedrijven met de mechanische weefstoel beginnen werken zijn. Die wevers hebben zich daar geörganiseerd en op één plaats hebben ze het huis en de fabriek van een eigenaar bezet toen die niet op hun eisen wou ingaan. Bij een andere fabrikant kregen ze wel geld en spek, maar ondertussen had die eerste fabrikant zijn contacten in het leger al verwittigd. De één of andere doorgedraaide majoor liet op den duur heelder dorpen omsingelen en het vuur openen, waarbij elf man omkwamen.                         Er zouden daar meer dan 100 mensen meegenomen zijn. Goed dat het hier in 't dorp veelal kleine brave keuterboeren zijn of ik zou nogal gewetensproblemen krijgen als ik van hogerhand iets tegen mijn goesting moest doen.

 

 

 

Jaren vergingen en Jozef kreeg op zijn boerderij ook een zoon, Frans die het dorp van de pomp en de baron verliet om zich in een naburig dorp met zijn ega te gaan vestigen. Als jonge gast maakte hij het in 1914 mee dat men in Europa ter wille van de centen miljoenen mensen de dood in joeg. Net een paar jaar te jong om te worden opgeroepen, de vlucht naar Nederland meegemaakt. Daar hoorde hij voor het eerst over de arbeidersbeweging die zich vruchteloos tegen die oorlog had verzet, over de tweede internationale en zo. Als boer was je daar allemaal zo niet bij betrokken. Ook hij maakte plannen om zich zelfstandig van een inkomen te voorzien en dat lukte aardig al kwam de recessie in de jaren dertig roet in het eten gooien. Zijn kinderen groeiden vóór de tweede wereldoorlog op in de filosfie van het om den brode harde werken.  Als onafhankelijk verzetsman, gewaardeerd door de verschillende strekkingen in het verzet, slaagde hij er in van werkweigeraars en piloten te verbergen en op de duur moest hij zichzelf verbergen nadat hij tijdelijk opgepakt was en zijn vrouw Lin in troggen (voederbakken) sliep nadat ze van lieden van het uiterst rechtse misantropendom der mensheid slaag gekregen had. Ook dat deel der geschiedenis overwonnen de afstammelingen van Mesuur.     

 

 

 

De oorlog ging voorbij. De zonen van Frans en Lin begonnen fruit te kweken en nationaal en internationaal te verhandelen en ook hun kinderen leerden werken en zich een toekomst maken. Remco, de zoon die op de ouderlijke boerderij bleef had weer ondermeer een zoon, Gust, de eerste die weer uit werken zou gaan, afhankelijk zijn van een inkomen.    Hij stelde zich vragen over de zin van de geschiedenis en nam de draad van zijn grootvader Frans in Nederland weer op om de gang van de wereld leren te interpreteren. Ook de geschiedenis van de filosofie moest hij daarvoor na zijn klassieke werkuren bestuderen. Het verband tussen praktijk en theorie leren doorgronden, op elk mogelijk terrein van het leven van mensen. Mensenkennis opdoen, gegevens leren verbinden, 'relier', religie...ging veel verder dan gewoon wat de godsdienst voor waar hield of wat de evangelisten vertelden.

 

 

 

Gust dus, de  kleinzoon van Frans begon met schrijven over alles wat hem en de wereld bezig hield, met begrijpen ook waarom de meerderheid van de medemensen aan de diepten des levens op collectief en persoonlijk vlak,totaal of weinig boodschap had.

 

 

 

Geen enkele literaire stijl liet hij onbenut. Simpel was hij bijwijlen niet, getuige daarvan het volgende fragmentje, een soort inleiding op het daaropvolgend filosofisch essay over het ontstaan van het leven en wat het verband met de dood zou kunnen zijn.  Waar dat de voorvaderen voor dit verhaal van daan kwamen ?  Een oom zocht het op en ik maakte er een verhaal over dat in de zestiende eeuw begint :  http://closertothesoulblogspot.com

 

 

 

 Een collectieve inleiding, een samenvatting van de collectief sociaal-politieke voorgeschiedenis van de tijd die aan hem vooraf ging, vindt de lezer op :  http://users.skynet.be/octo/History/rode_kermis.doc   De individuele  voorgeschiedenis :

 

 

 


voorwoord


            Toestanden zitten over het algemeen anders in mekaar dan er oppervlakkig over wordt geschreven en verteld.  Mensen zitten over het algemeen anders in mekaar dan ze van zichzelf denken.  Alleen ervaringen opdoen en leren observeren, luisteren en praten kan ons helpen.


            Onafhankelijkheid  is alleen mogelijk als men het algemeen belang van de hele wereld op sociaal en ecologisch gebied vooropstelt en breekt met alle tactieken die daar tegenin gaan.  Feiten in een breder kader kunnen zetten, insinuaties ontkrachten, daar komt het op aan.  Pas dan kan krijgen een echt alternatief en de mogelijke wegen naar nieuwe, vooruitstrevende methoden om het sociale en ecologische te bevorderen een kans.  Dan krijgen ook de blauwe lijnen die onze persoonlijke relaties verbinden meer ruimte.  Als je alle kleurschakeringen van de rode lijnen die ons politieke en sociale leven verbinden onder de geschiedkundige loep neemt, merk je dat die aan een heroriëntering van hun programma en methoden toe zijn...willen ze niet nog eens terrein aan rechts en


uiterst-rechts verliezen. 


           


De ontmoeting van twee toekomstige ouders op Rhode Kermis


          Zoals elk ontmoeten geschiedde het kruisen hunner wegen enerzijds onder de door de wereldgeschiedenis geschapen voorwaarden én onder de begeleiding van de wetten van de aantrekkingskracht der wegen die zielen met mekaar omgaan doen. 


We schrijven juni-juli 1943.


Het was weer rond de tijd van de jaarlijkse kermis in het gehucht Rode, waar, zoals in de andere gehuchten nog een meerderheid van de bevolking de kost met boeren verdiende.  De meeste boeren hadden een klein boerderijtje met een paar koeien en zo meer en verdienden, zelfs in oorlogstijd geen fortuinen, zoals al eens geschreven wordt.  Het gros van hen en hun afstammelingen zou na de wereldoorlog de rangen van de loonafhankelijken gaan vervoegen.  Een gehucht was toen in de tijd nog zoiets als een deelgemeente nu.  De tijd van vóór de TV, toen ieder dorp minstens twee cafees  per gehucht telde.  Oorlogstijd, ook in België.  Toen reeds hadden sommige extreem rechtse Vlamingen het niet zo hoog op met twee gemeenschappen die erin slaagden één natie te vormen.  In de tweede grootste stad van Antwerpen orakelde rond die tijd een Vlaamse, toen noch 'Vlaamsche' priester tegen het voornamelijk als goddeloos afgeschilderde communisme.  Een man van God was hij duidelijk niet en hij moet nattigheid gevoeld hebben toen hij iets zei over "Vlaanderen sterf en verrijs weer".  Het Vlaanderen zoals hij dat zag was aan zijn doodsreutels begonnen...geen enkel gehucht, geen enkel dorp, géén regio, géén land kan alleen bestaan.  


            Na de ellende die de in soldatenpakken gestopte Duitse en Russische werkmensen in Stalingrad in januari hadden uitgestaan, betekende de slag bij Koersk het einde van de plannen van de naar de buitenwereld als arbeiderspartij gepresenteerde fanclub van de toenmalige Duitse wapenproducenten.  In Italië werd er een fascist die zich voor de misleiding van het volk eerst misleidend als 'socialist' probeerde te vermommen... opgehangen.  Had de bewapeningseconomie aanvankelijk de Duitse werkgelegenheid driest vooruit geholpen, nu werd de recessie van de jaren dertig er onder meer in de USA door opgelost.  Toppunt van debiliteit van zo'n wapeneconomiesysteem ,waren die lieden die in tijden van naoorlogse werkloosheidspieken meenden iets als "ne goeien oorlog, dat hebben we vandoen" te moeten  uitkotsen.  Ze zijn wel goed bediend geweest in de jaren na de tweede wereldoorlog, met Vietnam voorop...dan zijn de zogezegde goddelozen en de zogezegde communisten veel braver geweest...maar dat wist ik als ongeboren zoon van mijn ouders op de kermis in Rode nog niet. 


                                                                       2


 


            Het moet nogal een tijd geweest zijn, besef ik nu eens te meer in 2006, 62 jaar later als prille vijftiger.  Het oorlogsverzet kwam van gewetensvolle mensen zoals m'n grootouders die 'onwettelijk'-verklaarde personen een schuiloord boden.  Of ze nu gewoon wilden verder boeren en niet voor de oorlogsindustrie wilden werken of als overzees piloot zo goed als opgejaagd wild waren...geholpen werden ze.  Het was de tijd dat je moest kunnen zwijgen als een graf en hopen in het beste van binnenin de mens...en uit je doppen kijken dat je door geen enkele strekking van het verzet gedomineerd werd...of dat de collaboratie niets in de gaten kreeg.   Nu, nu we niet meer moeten zwijgen, zwijgen er te velen en schrijven er te weinigen over al die streken in de wereld die nog een hel op aarde zijn...en waar m'n z'n leven nog waagt als men z'n nek voor een verbetering van toestanden uitsteekt.


            De toekomstige ouders hadden geen idee van de verschrikkingen die de oorlog hen nog zou brengen.  Ze zaten samen gezellig een pintje te drinken in een cafeetje.  Zij was nog maar pas hersteld van een granaatscherf die haar dijbeenvlees vanboven had doorboord.  Hij was niet in 't leger gemoeten omdat hij, misschien ook ziek van al die oorlogsellende, dat jaar voor één van z'n longen vocht.  Met de foto's van zijn long in de hand slaagde zijn broer er in van zich aan de opeisingen van de bezetter te onttrekken.  Mijn ouders kwamen beide uit een ander dorp. 


Zijn dorp, waar een jaar later, net na de invasie van de geallieerden in Frankrijk, iemand tegen de raad die m'n grootvader gewoonlijk aan het plaatselijk verzet gaf in, iemand uit de collaboratie van het leven benam; dit dorp zou het toneel worden van een vooraf geplande dramatische omsingeling, later door de broer van een burgemeester op een niet helemaal correcte manier beschreven.


Het Vlaamse brein achter die omsingeling zou later voor de CIA en nog andere buitenlandse diensten gaan werken.  Zijn uitlevering werd nooit bekomen.  Rechtse milieus zijn vaak zo verstrengeld dat ze onder een bezetting vaak én samenwerken met de bezetter én het verzet proberen orders te geven.   Alhoewel hij  nergens lid van was, leunde hij meer bij het linkse deel van het verzet aan...zoals zijn buurman waar de vergaderingen van de partizanen plaatsvonden.


              Het soort fascisme dat vóór de tweede wereldoorlog ontstond, vertrok van rijke hebzuchtige mensen die een deel middenklasse en een deel armere mensen meesleurden in hun haat die ze in mensonterende houdingen tegenover vreemdelingen en meer bepaald toen 'Joden', propageerden.  Het was voor hun de enige manier om het systeem dat niet zonder superwinsten draaien kan, in stand te houden.  Het soort fascisme dat nu de kop opsteekt in welvarender maatschappijen dan vroeger, is veel gevaarlijker...het kijkt niet afgunstig naar de rijken maar neerbuigend naar diegenen die uit de boot vallen.  Indien we er niet in slagen het blijven in te dijken, riskeren we ingekapseld te blijven in een uitbreiding van het in termen van oorlog denken van de dag van vandaag...het op voorhand aanvallen van Staten als dat de burgerij van andere Staten goed uitkomt.


            Mensen lijken soms verbonden in het lot te zijn. Diegenen die in de jaren veertig een jaar of vijftig waren en waar de vergaderingen van het verzet plaatsvonden bijvoorbeeld.  Twee van de drie verzetsmensen waarover ik het heb, ( derde ontsnapte), werden opgepakt en respectievelijk in Breendonk en in Leuven weer vrijgelaten, wat na de oorlog leidde tot speculaties over wat zij onder foltering al of niet hadden losgelaten, terwijl zij zelf het waren die na foltering en loslippigheid  vanwege hun voortrekkersrol aangehouden werden.  De represailles op het dorp worden soms niet als vergelding voor één bepaalde moord op een collaborateur uitgelegd, maar als een plan dat maanden op voorhand al klaarlag omdat men met de opkomst van de geallieerden in zicht alle sabotageacties van het verzet tegen de mogelijke terugtrekking van de bezettende troepen vóór wou zijn.  In Normandië had dit de bezetters al vele verliezen gekost...gedynamiteerde bruggen waarover men niet meer kon terugtrekken en zo in de val zat enzoverder.  In het boek met de visie al zou de represaille dus in een militaire


                                                                       3


strategie tot terugtrekking gepast hebben, dweilt men de vloer aan met de represaille-theorie...waarom omsingelt men dan één dorp...omdat de verzetsmensen meer en meer uit de steden trokken en zich in de dorpen verborgen, stelt men.  Mensen die hun leven op het spel hebben gezet om het verzet te steunen waaronder de drie waarvan ik sprak, mijn grootvader ook, een mens wiens vrouw van de één of andere fascistische schurk slaag kreeg  en met een kind van haar in een naburig dorp ondergedoken in koe troggen(eetbakken) slapen moest terwijl hun andere kinderen elders ingegraven waren.   Ik speelde als jeugdige gast nog tolk voor één van de twee Engelse piloten die m'n grootvader bij hem thuis en in de buurt verborg.  Ze zijn beiden kunnen ontsnappen.  M'n vaders vader...een mens die voor en na de oorlog bij burenruzies geroepen werd om te bemiddelen, een mens die men bijhaalde om doden af te leggen, iemand die kon zwijgen als een graf en om zijn filosofische zwijgzaamheid bekend stond, iemand die een café met volksspelen had en die in allerhande liefdes en andere perikelen om raad gevraagd werd...iemand die het belang van zwijgen kende omdat wit én zwart soms samen in z'n  café zaten, zo iemand staat dan ergens in een boek met het woordje verraad geassocieerd.  Ironisch dat de aanleiding voor het feit dat iemand hem onder foltering aangaf een liefdesaffaire van iemand die hij verstopte was...hij die mensen naar mekaar toebracht als er kinderen werden verwacht...van wie ze ook waren trouwens. 


Als men geweten had dat hij ook piloten verborg dan had men die  zeker gaan zoeken.  Er waren zoveel versteekplaatsen bij hem, tot onder de prei in de hof...ook voor werkweigeraars...dus heeft hij niets over die piloten gelost...wat zou hij dan meer hebben verteld dan de bezetter al niet maanden van tevoren via zijn infiltranten wist ?  Net als vele anderen heeft hij alleen mensen in nood willen helpen en was hij uiterst sceptisch tegenover ordewoorden van om 't even welke verzetsgroep of hun overkoepelingen.  Omdat de kennis van iemand uit zijn omgeving als hulp bij iemand van de bezetting werkte kwam hij vervroegd vrij, niet omdat hij de pagina's met namen van inwoners uit de gemeente zou ondertekend hebben.  Het zullen bijna alle namen van de gemeentebewoners geweest zijn, vermits sommige van veertig pagina's spreken. 


Daar krijg je makkelijk duizend namen op...en zovelen waren het er toen niet.  Men vroeg aan alle aangehouden of men die of die kende, natuurlijk kende iedereen ieder een.  Wie weet zette diegenen die bij Himmler en ga zo de ladder dan maar af, op een goed blaadje wilden komen niet gewoon een geweer tegen iemands hoofd als je dan niet tekende. Na de oorlog werd hij telkens weer door de dorpsbewoners in de gemeenteraad her verkozen.


Als keizer en keizerin van de volksdansgroep dansten ze nog op de wereldtentoonstelling in Brussel.


Zijn zonen zouden later bewijzen op welke manier vrede hier op aarde mogelijk is.  Ze zouden hun leven lang het in de streek geoogste en in hun frigo's bewaarde en in de streekveilingen verzamelde fruit naar binnen-en buitenland verhandelen en voeren.


 


Analyses van wat er werkelijk gebeurde, mogen er niet toe leiden van al diegenen die aan het verzet deelnamen nu tegen mekaar op te zetten. Het zijn altijd diegenen aan de top die de kleine man gebruiken en doen marcheren...in de tijden van bewapening in de jaren dertig werden de vakbonden zelfs ingeschakeld om de bewapeningswedlopen mogelijk te maken, en niet alleen in Duitsland. Het volk had overal principieel tegen zo'n dingen moeten zijn.  Net zoals men nu tegen de huidige bewapening zou moeten ageren, maar dan met een actieplan dat door miljoenen betogers wereldwijd aan alle regeringen kan worden opgelegd.


           


                                                                       4


 


 


Een school anno ongeveer 1973. 


            In de les Frans heeft de leraar z'n dagje niet.  Hij is niet te spreken over de schriften die hij opvraagt.   Geen enkel schrift waar hij geen negatieve opmerking over maakt.  Tot hij bij de laatste bank komt.


Hij neemt mijn schrift en kijkt het na.  Geen wonder dat hij tevreden is, literatuur, in welke taal ook, interesseert mij en dan doe je er ook iets voor.  Zijn prijzende woorden gaan me wel iets te ver...ik begin me een beetje té voorgetrokken te voelen.  Geen nood, hier haalt m’n verbeelding me wel uit.  Naast de datum moesten we in de kantlijn elke dag de initialen H.M.H. schrijven.  Waar die letters voor stonden, stond voluit in grote letters geschreven boven het grote podium in de centrale zaal van de school : 'Hij moet Heerschen' stond er.  Mij deed het een beetje denken aan hoe tijdens de oorlog sommigen de heilgroet maakten...dus vroeg ik de leraar Frans doodgemoedereerd of dat nu echt nodig was dat we dat elke dag moesten schrijven.


Hij barstte in een driftbui uit : "Dan is er eens ene wiens schrift in orde is en dan dit".


Hij stuurde me kwaad de klas uit en ik moest naar de perfect van de school.


Ik deed daar m'n verhaal en nam de gelegenheid te baat om het over de grote collectie aan concentratiekampboeken van de in de oorlog bijna gedeporteerde man te hebben. Destijds waren er velen lid van het koningsgezinde verzet geweest.  Een brede beweging met zowel een deel boeren als katholieke arbeiders die zich eigenlijk meestal onbewust richtte op het  autoritaire anti-parlementaire van de houding van de oorlogskoning.  Aan de touwtjes trokken lieden die in feite na de oorlog  een autoritair conservatief regime aan de macht wilden brengen.  De dupe van hun streven waren die gewone boeren en arbeiders en mensen uit andere lagen van de bevolking die de pers van hun beweging moesten helpen verspreiden of de collaborateurs hier en daar spaken in de wielen moesten steken.  Daar mochten ze dan ook niet te ver in gaan want de top van de koningsgezinde beweging wedde eigenlijk op twee paarden.  Er was toen ook het onafhankelijkheidsfront waaronder de partizanen die heel actief in 't verzet waren, soms te actief...met nodeloos uitgelokte represailles tot gevolg.  Ze vergaderden bij m'n opa's buurman, maar hij en zijn buurman waren er geen lid van, ze wilden echt neutraal blijven en gewoon piloten en werkweigeraars verstoppen.  Een boerderij waarvan vermoed werd dat men er via een contact hogerhand aan bepaalde opeisingen ontsnapt was werd daarom alleen al bijna overvallen.  Ten onrechte dachten misschien een paar mensen dat m'n opa en z'n buur er voor iets  tussen zaten.  Vandaar misschien de later verspreidde absurde beschuldigingen over de na een verhoor ondertekende pagina's met namen van dorpsbewoners...dat later in een paar boeken over het verzet heel onterecht overgenomen werd.


 


Ach, wat een ellende die oorlogen. 


            De recentste is altijd een gevolg van de vorige. Hadden de oorlog hartsgondig beu zijnde arbeiders en soldaten in Duitsland op 't einde en na de eerste wereldoorlog hun revolutie in macht kunnen omzetten, dan hadden de paramilitairen nooit jaren later kunnen uitgroeien tot de stoottroepen waarvan het nazisme zich aanvankelijk  bedienen kon.    Als jongeman maakte m'n grootvader de eerste wereldoorlog mee, als vijftiger zat hij midden de tweede...en eigenlijk wou hij gewoon boeren en z'n producten verhandelen, een goed mens tussen mensen zijn, iets wat de meeste onder ons toch willen.  Die 'vrede' heeft hij dus serieus onderuitgehaald gezien.               


            In 't onderwijs dat ik genoot, werden oorlogen altijd alleen gezien als iets van 'goeien' en 'slechten', niet als het resultaat van sociale spanningen.  Een Staat die een andere aanvalt, dat deugd natuurlijk niet...maar dat heeft toch meer te maken met het ongebreideld winstbejag van de top van de bezittende klasse in die Staat dan met de


                                                                       5


zogezegde 'slechte' mensen die de aanvallende Staat bewonen zouden.  Als de eigen pers en het onderwijs dan nog in het teken staan van de verheerlijking van 'het eigen volk' in plaats van van het humanisme...kan het in een land natuurlijk vlugger mislopen.


            Generatie na generatie proberen ouderen hun ervaringen rond alles wat scheef loopt en beter kan, door te geven.  Wat de niet-zakelijke relaties tussen mensen betreft, is dat al een hele dobber soms...het gaat makkelijker zodra je snapt dat we met z'n allen samen in een soort groeiproces naar onszelf leren uiten zitten.     Vaak durven we ons niet uiten en moeten we de dominantie van enkele mensen rondom ons leren doorbreken, door die dominantie eerst en vooral in vraag te stellen.  Zo is het ook met sociale en politieke relaties...ofwel zit je in een regime of een bedrijf waarvan je de gezagsstructuur erkend omdat je er wel bij vaart, ofwel val je uit de boot en moet je daar iets aan doen...niet zoals zovelen door de rechterzijde van het politieke spectrum te versterken (hoe rechtser hoe meer pro- topklasse en ego-gerichter), maar door tot een aangepaste analyse van het linkse politieke veld te komen. Probleem bij uitstek is dat de wereld een eenheid is en alle toestanden mekaar op korte of lange termijn beïnvloeden.  Zo komt het dat ook diegenen die niet uit de welvaartsboot vallen zich moeten interesseren voor hen die het niet voor de wind gaat.


Hoe kan je zoiets actief en georganiseerd doen ?  Door wat je niet zint aan te klagen.


Je moet eerst wél weten of hetgeen je als 'onzinnig' aanklacht of dat  voor de meesten wel 'onzinnig' is.  Het kan in de jeugdbeweging, in boerenmiddens, in je straat of bedrijf of waar dan ook.  Zo raken de meest gewone, ongevaarlijke ongemakken opgelost.


Gewoonlijk is het zo dat, omdat we niet over onze eigen voordelen heen kunnen kijken we niet voldoende solidariteit met anderen ontwikkelen kunnen.  Als we de armoede wereldwijd kunnen uitschakelen door de leidende economische en de politieke toplaag te dwingen van van hun economisch en bijgevolg militair oorlog denken af te stappen...kunnen we alle toekomstige soorten oorlogen verhinderen.


In een op kennis en geluk gerichte wereld waar niet naar ongebreidelde welvaart wordt gestreefd, maar waar we het met z'n allen goed hebben en niet als over streste loonslaven door het leven moeten gaan, zal er meer tijd voor  'inzicht'  in onszelf en de wereld, inzicht tussen  mensen dus, komen.  Geen enkele 'toplaag' kan het zich veroorloven een oorlog te beginnen als hun 'onderdanen' als protest daartegen het werk neerleggen.  Het miljoenenprotest tegen de 21ste-eeuwse oorlog in Irak, internationaal werd er betoogd, hield de oorlog niet tegen. Van wandelingen hebben de toplagen geen schrik.   Alleen algemene stakingen tot de oorlogsplannen van het aanvallend land zouden worden ingetrokken geweest zijn, hadden die oorlog kunnen stoppen.


In hoeverre kunnen partijen en bonden achter deze stellingnamen gebracht worden ?  Door druk van hun leden zijn er openingen naar stellingnamen en actie mogelijk.


Als de toplaag niet wil plooien, zullen we ze zelf moeten vervangen.


            In de tijd dat ik noch bij de landelijke jeugdbeweging was, betoogden we tegen de nieuwe straaljagers van het leger, tegen de achteruitgang van de kleine boeren, tegen de aanleg van teveel snelwegen, tegen te grote gemeenten, tegen jeugdwerkloosheid, tegen onderontwikkeling en tegen oorlog.  Waar we dus vóór waren, was vrij duidelijk...toch konden we het nooit in één programma naar buiten uit toe promoten. 


Er waren natuurlijk toen ook al die partijen en partijtjes waarvan de inhoudelijke kwaliteit van hun werk en programma niet rechtstreeks aan  het aantal leden dat ze hadden of aan hun stemmenaantal, af te meten was.  De andere partijen verzekerden de grootste bezitters van de economie een veel te overdreven deel van de koek, zijzelf eisten voor de producenten aan de basis soms zelf een deel waardoor ze zichzelf uit de markt zouden prijzen.  Niemand eiste een wereldwijd productiesysteem dat onder dezelfde loonvoorwaarden produceren moest.  Het iedereen tegen mekaar opzetten bleef en blijft zolang ik al leef de stelregel.


Uit schrik voor de verkiezingen bespaart men ook al heel die tijd vooral op de inkomsten


                                                                       6


van zij die het al niet te breed hebben...toch weer een groeiende minderheid, zelfs in onze welvarende kontreien dezer dagen.   Gewoon produceren en verdelen en de loonarbeid en handel naar de geschiedenisboeken verwijzen, is er nog niet bij…al zou het een oplossing voor het weer in oorlog gevangene imperialisme van een aantal landen vooral kunnen zijn. 


           


Zo'n vijfentwintig jaar geleden schreef ik een tekst om naar aanleiding van een microgebeurtenis, namelijk gemeenteraadsverkiezingen de mensen meer bewust te maken van hun macro-omgeving.


             "De uitdrukking 'vandaag is de eerste dag waarmee de toekomst begint', geldt zeker voor dagen waarop verkiezingen, voornamelijk 'parlementaire' dan, gehouden worden.  Teneinde deze bewering te staven,  nodig ik U uit om met het geschreven woord als contactmiddel eens even na te denken over de maatschappij waarin we leven.  Welke zijn de algemene grondbeginselen van een goed functionerende samenleving ? 


De fundamenten die we voor een voor iedereen goed functionerend systeem nodig hebben, zijn rechtvaardigheid en menselijkheid.  Daarom moeten we reeds op gemeentelijk vlak de juiste standpunten innemen, teneinde ze op een hoger niveau te kunnen doordrukken.  We zouden moeten komen tot een maatschappij die de ontplooiingsmogelijkheden van de mens niet beknot.  Zowel als iedereen (na een lange onvoltooide strijd) recht heeft op voeding, kleding, huisvesting, energie, communicatie, transport... zo zou ook iedereen moeten kunnen genieten van goed onderwijs, zinvol werk en creatieve ontspanning om onszelf te ontplooien.  Er moet NU iets veranderen in onze betrokkenheid tot de vraagstukken die ons heden ten dage confronteren.


Anders zullen we het in het jaar 2000 nog altijd vanzelfsprekend vinden dat 1/5 van de Westerse wereld werkloos zal zijn of nep jobs zal hebben en dat 1/3 van de wereldbevolking ondervoed of werkloos zal zijn." (2014  nu bij de verbetering van de progressieve spelling die men ondertussen afgeschaft heeft)


            "Het politiek klimaat om hogervermelde gedachten te verwezenlijken mag  :


-niet nationalistisch gericht zijn : dit omdat een overdreven  Vlaamse, Waalse, Brusselse, Belgische...houding tot doelbewuste discriminaties leidt.  Indelingen volgens taal, ras, land, streek, geloof, (of ook nog oud, jong, man, vrouw...)zijn alleen maar bedoeld om de mensen opzettelijk verdeeld te houden ten gunste van abstracte idealen of in het voordeel van de toplaag van de politieke en economische wereld. Telkens de sociaaldemocratie verrechtst, verrechtst ook zijn kiezerspubliek.


-Het politiek klimaat mag ook niet totalitair collectivistisch zijn : omdat de individuele mens soepel de kans moet krijgen om via kleinschalige initiatieven ook zijn economische inbreng te doen." .


Wat bijna drie decennia en een privatiseringsgolf later nog steeds niet uitsluit dat de grote economische sectoren ten gunste van het algemeen belang zouden moeten worden beheerd...geen massaontslagen om het aandeel op één dag 10percent te zien stijgen,...de opbrengst van de grondstoffen zou ten gunste van het sociale gebruikt moeten worden, een systeem van faire belastingen zou moeten worden ingesteld...allemaal dingen waar de sociaaldemocratie zich van verwijdert terwijl ze zich aan de neoliberale globalisatie aanpast en de linkerzijde een antwoord zoekt.


-"Het politiek klimaat mag dus ook niet-liberalistisch gericht zijn : omdat een ongecontroleerde wildgroeiconcurrentie op termijn altijd tot een economische en sociale puinhoop leidt, wat de wereldeconomie maar blijft bewijzen.


-Het politieke denken mag ok niet eenzijdig confessioneel gericht zijn, omdat godsdienst een individuele zaak is die maar al te vaak voor politieke doeleinden misbruikt wordt". 'Confessionele middens worden ook vaak door het rechtse en nationalistische denken beïnvloed. Ook via de filosofie en de wetenschap is het bestaan van hogere waarden of het eeuwigheidsbeginsel aantoonbaar, zou ik er nu, 25 jaar later kunnen aan toevoegen...wat ik door menig essay al schriftelijk proberen aantonen heb 


"Daarom zou men, indien men met zichzelf en met zijn gemeenschap eerlijk wil blijven, zich best niet bewegen in partijen die zich nationalistisch en neoliberaal oriënteren".


            "De meeste mensen hebben geen interesse voor politiek.  Eigenlijk wil iedereen


                                                                       7


eenvoudige en gelijkvormige regelingen.  We zitten gevangen in het steeds met minder mensen meer produceren- systeem dat uiteindelijk tot economische oorlogsvoering leidt, tot steeds meer stress en verdeeldheid.  Anderen worden dan weer verplicht zich te vervelen of kunnen geen gezin starten of onderhouden.          De techniek zou ten dienste van de mensen moeten staan...dan is pas echte vrijheid en vooruitgang mogelijk".


            "De werknemers, de kleine middenstander en de boeren en migranten zijn al jaren de dupe van ons falend groot kapitalistisch systeem...in of buiten ons land.


Indien men de regels van het systeem mondiaal aan het Europees sociale zekerheidssysteem zou aanpassen en overal dezelfde lonen voor hetzelfde werk zou betalen, zou een eerste belangrijke stap naar armoedebestrijding en het voorkomen van oorlogen genomen zijn.  Indien men dan ook nog wereldwijd per soort van goederen alle aandelen in één groep zou integreren, zouden er veel onnodige speculatie en absurde concurrentieoorlogen overbodig worden.  Zo zou iedereen in een functionele in plaats van een speculatieve economie tewerkgesteld kunnen worden...het speculatieve aspekt van de wet van vraag en aanbod zou net als alle andere wildwassen van het liberalisme door een gepast internationaal overheidsingrijpen worden uitgeschakeld".  http://bloggen.be/conscience2008 , een referendumblog rond het belang van de massa hun mening te vragen over wereldijde sluiting van de militaire industrie (en andere maatregelen) is een praktische manier om ons hierrond aan het nadenken te zetten, rekening houdend met het feit dat men nu midden 2014 in de populistische kranten oproepen leest om het Oostblok weer gaan aan te vallen bijna, om dingen waaraan de traditionele Westerse politiek een veel groter verantwoordelijkheid in draagt.


           


 

           

 

 

 


Zin


            Ik wandel naar de Notenberg. Enorme rust.


De rust zet zich op me over.  Geen onrust vanwege politieke situaties.  Geen gedoe om emotioneel negatieve onzin.  Geen verstrikking in overreageren van anderen. 


Geen lichamelijke noden.  Geen praktisch te regelen dingen.  Toch zullen ze terugkomen.  Dan pas zal ik ze weer aanpakken...weer op een rechtstreekse manier tussen mensen.  Dit is de onrechtstreekse dus.  Alleen door je soms niet teveel zorgen te maken raak je aan de meeste problemen uit. 


            Als je iets wil weten is het soms beter het niet te weten want je moet altijd de ervaringen door die je het doen begrijpen...en dat kan aanvankelijk serieus tegenvallen.


            Oorlogen blijven maar voortduren, niet alleen omwille van economische tegenstellingen en machtsverhoudingen, maar ook omwille van filosofisch achterhaalde tegenstellingen over het ontstaan en vergaan van alles.  Het woord 'religie' leidt nog al te vaak tot een verrechtsing van het politieke denken.  Daarom dat ik met een aantal tussenstappen via andere teksten uiteindelijk de volgende filosofische uitgangspunten ontwikkelde.


http://deblogfilosooftheblogphilosopher.skynetblogs.be/deel1filosofische-achtergronden/


 


 Er zijn geen foto's van.


Alleen beelden en herinneringen in onze hoofden.


Waarden waaraan we hechten.


Omdat alles een zin en een bedoeling had en heeft.


Omdat alles altijd is zoals het op een bepaald moment kan zijn.


 


            Ongeveer 1943.  Een slanke zwartharige jongeman rijdt per zware fiets met ‘petrollamp’ doorheen veldwegen van zijn dorp naar het dorp van zijn bruinharig lief een fietsuur verder.


Zijn dorp zou een jaar later omsingeld worden door meestal collaborateurs en nazifascisten die een dorp van weduwen zouden achterlaten.  Een verdwaald stukje van een soort bom zou haar raken.


Hij had met zijn broers ook bij Cockerill in Seraing geen werk gevonden, maar wilde naar Kongo emigreren met zijn, na de werkuren op het landbouwerbedrijf van zijn vader behaalde diploma in exotische landbouw.  Zij had hem overal ter wereld willen volgen.


            Toch kozen ze na een zestal jaar verkering voor het fruitkweken en het verhandelen van hun producten en die van andere boeren.  De uit Engeland overgewaaide


                                                                       8


laagstamplantages vervingen de hoogstam, de veestapel van hun ouders maakte meer plaats voor handel.  De kar met paard naar de markt in Leuven;( wie kan het zich nu nog inbeelden), werd op een dag vervangen door een automobiel waar nog een stuk hout in het chassis verwerkt was.  Dan kochten ze samen met hun broer en schoonbroer  een Magirus camion waarmee ze een plaats op de binnenlandse markten van Mechelen veroverden.  Begin jaren zestig was het dan tijd voor de handel met het land dat door de mensen van voor hun generatie nog 'Pruisen' genoemd werd.


Die' Pruisen' mensen hun grote politiekers hadden een deel van hun volk al tweemaal op de rest van Europa afgestuurd, maar ons pa en ma en compagnie bewezen dat het beter is met fruit naar ergens te gaan dan met wapens.


            We weten het nog goed.  Ons ma vanaf juni alle dagen om vijf uur op om de meer dan honderd families boeren en mensen die na en voor hun werk iets wilden bijverdienen te ontvangen; hun aardbeienleveringen volgens categorieën in boekjes met carbon te noteren. Sommige leveringen met extra punten 'sterretjes', andere daarom niet minderwaardig.  De oogst stopte niet voor oktober door was en het leveren ging de hele winter door toen zijzelf en andere fruitkwekers hun frigo's begonnen bouwen.


Eén camion per dag bleek in de piekmaanden niet meer genoeg om alles naar binnen -en buitenland verscheept te krijgen.  De aardbeien waren nog niet af of de rode bessen kwamen er al aan.  Stekelbessen en kersen kondigden dan het hoogtepunt van de zomer aan.  Dan staken de eerste vroege appelsoorten hun kop steeds duidelijker op, de James Grieve, Stark, de Tijdeman  en dan de pruimen en de Cox Orange ; de zure Jacques la Belle , de Golden; de Boscoop  en de Winterbanaan en de tien soorten peren en de anekdoten  over de oude stencilmachine voor de etiketten, waarover ik het wel een andere keer zal hebben.  Kortom, iedereen was altijd bezig, iets dat ook onze pa in zijn latere leven zo moeilijk afgeleerd kreeg; omdat , als hij niet op de baan of de veiling of thuis tussen de kisten of papieren zat; hij ook nog op allerlei mogelijke manieren tussen de bomen en zelfs tussen de ‘koeien en de schapen’ van de oudjes in Stok te vinden was.  We moesten wel keihard leren werken, anders had hij het misschien niet overleefd.  Naarmate het bedrijf groeide nam hij een aantal mensen in dienst.  Mensen waar ik ooit al  eens iets over geschreven heb ; Frans en Tuur mijnwerkers die blij waren boven de grond te kunnen werken, Hagelandse plattelandsvrouwen als Clemence en Sieke en anderen, of de jongste van 'Louis van Sisses.' Jarenlang waren zij als familie aan huis en de middagmaaltijden waren dan altijd een vrolijke bedoening.  Eerst maakte ons grootmoe 'Lin' nog het eten, toen ze vier jaar ziek was deed ons ma dat er ook nog maar weer bij.  Het was niet alleen een bedrijf waarvan de bedrijfsleiders moesten zorgen driemaal per week op de binnenlandse groothandelsmarkt te staan met eigen en geleverd of op veilingen gekocht fruit; er moesten niet alleen een aantal eigen plantages worden onderhouden en in het hoogseizoen tot zesmaal per dag naar het buitenland gereden...ook de oudere generatie van de familie werd de laatste jaren van hun leven waardig naar hun aardse einde begeleid.   Ons ma heeft zoals wij wel ver alle stielen gedaan.  Had ze zoals haar oudste kleindochter met de auto leren rijden, dan hadden we het haar  misschien wel niet kwalijk genomen dat we ze nooit meer hadden weergezien (alhoewel zij in feite er wel zelf de economische noodzaak zweep op legde bij momenten). Maar ja, iedereen moet zijn eigen uitdagingen aannemen …en iedereen maakt voor zijn eigen op tijd de balans ervan op.


          ‘Waar is de tijd naartoe’ zegt men zo dikwijls, is hij niet gewoon samengebald in dit materiele en genetische heden ?  De houten onderleggers voor de honderden aardbeienkistenstapels die dagelijks met steekkarren tot bij de camions werden gebracht en dan met de hand geladen werden.  Ik was nog jong en stak meer keren drie en vier dan twee kisten tegelijk omhoog. ‘’Ge gaat uw ‘was’ breken’’; zeiden Tuur en Frans van Schunnebroek me altijd.   Later reden we met de karren de nu tot invalidenlift omgebouwde laadbrug omhoog tot op laadbakhoogte. In Mechelen trokken we tussen de


                                                                       9


rook van de diesels om vier uur  ’s morgens al karren met twintig kisten peren van twintig kilo naar de camions van Lemaire uit Bastogne en Hostin uit Virton en ‘diehe anti-takscontroleurs’ gezinde roodblozende dikke Marcel uit Arlon of gewoon  de Frans van Boortmeerbeek.   In Keulen bij Birkenheimer, in  Dusseldorf bij Wittenberg, in Duisburg bij frau Hoffman, in Koblenz tot in ergens een Daffabriek toen de camion in pan viel, overal kwamen we dezelfde mensen als hier tegen…ze zeggen en doen het gewoon op een andere manier, maar het gaat om hetzelfde.  Over het enige echte theater dat het werkelijke leven is.


Ondertussen en tegelijk werden er boomgaarden gesnoeid en gerooid; snoeihout bijeen gekeerd en met een soort vorkmachine zonder naam uit de rijen gestoten en opgestookt.


Na de winters wanneer het nieuwe leven op de takken weer uitbrak; moest er weer gemaaid en gesproeid worden want de klant wilde ‘mooi’ fruit zonder ‘plekken’ en maakte een onderscheid tussen dik en klein fruit.  Het was eerst in de tijd van onze jongste zus en haar man dat onze pa met Onze-Lieve-Heersbeestjes en zo begon te experimenteren; dik tegen de goesting van de chemie ndustrie en onder toezicht van een juffrouw van het ministerie van tuinbouw geloof ik, maar daarvoor zal ik weer eens op ons ma haar langetermijngeheugen voor mensen en families moeten beroep doen.  Zijn broer en neef, ontlastte onze pa meer en meer als camioneur en de introductie van klark en paletten maakte handlangers zoals onder meer  ik of mijn neven die meereisden om alles met de hand te laden en te lossen meer en meer overbodig. Merkwaardig was wel, dat alhoewel er in de frigo's niet meer zo met de hand moest gestapeld worden, het aantal werkuren wegens de voortdurende schaalvergroting niet daalde.  Machines om zes kisten appelen driemaal op zes andere kisten te zetten werden vervangen door de klark; waar zelf al een apart hoofdstuk over te schrijven valt; camions werden groter, tractoren verouderd of versleten…zoals onzen eerste die we nog moesten ingang pompen.  We mogen echt dankbaar zijn, denk ik soms dat we in een tijd tussen het oude en nieuwe zijn opgebracht…omdat je alles verschillende facetten van het leven dan misschien beter naar waarde kunt schatten. Maar misschien is deze tijd dan ook weer een overgang .


            Al van in de tijd dat m'n oudste zus nog naar school ging en de mensen zondags voormiddag' s aanschoven om het geld voor  hun fruit af te halen; sprong zij in de boekhouding bij...tot en met het behalen van een avondschooldiploma A1. 


Ook haar man sprong haar zo nodig bij.


Waren wij allemaal content dat wij met al die paperassen niet moesten bezig zijn.


            Naarmate de groothandelsdistributie meer en meer door de grootwarenhuizen zelf opgeslorpt werd en de ketens zelf hun fruit op de veilingen kochten en men in Duitsland meer eigen fruit ging telen verschoven ook de verhoudingen op de markten.


Kinderen trouwden en bouwden toen door allerlei economische  en subjectieve omstandigheden  meer dan nu en gingen hun eigen weg, met of zonder mekaar doorheen het zich wijzigende landschap van de wereld met z'n oude en nieuwe opvattingen . Het is nu weer aan de  zes kleinkinderen om uit de ervaringen van de vorige generaties de te leren en hun eigen weg te gaan.


 Onder meer de samenhorigheid van de jarige bejaarden mag hier model voor staan.


            Laat ons met al onze moderniteit het hoofdstuk dat aan de kleinkinderen voorafging nooit vergeten…dat kan zelfs niet denk ik, want we zullen er de rest van onze levens nog op tal van manieren aan terugdenken.    Geen wet, geen afscheid, geen afstand, geen dood kan ons scheiden.  Laat de machine de mens maar voor een stuk vervangen, hem als mens vervangen kan 'het', de 'machine', toch niet.  Laat ons het werk dat we doen, niet alleen doen voor het geld, maar omdat we het graag doen...zoals alle personen waarover ik sprak , en anderen...het graag deden.


 Laat ons de mensen die we graag hebben in al hun onvolmaaktheid waarderen...want


                                                                       10


alleen in het dagelijkse leven als geheel; te samen zijn we volmaakt. Of je nu bommasoep maakt of als oude wijze man, ondanks je lichamelijke beperkingen het zachte in jezelf nog kunt uitstralen.  Of je fruit kweekt of de jongeren laat sporten of alle soorten jobs aankan of auto’s herstelt of programma’s schrijft.  Of je mensen gezond wil leren eten  of het half land van koelte of warmte voorziet en in je vrije tijd bouwt .  Of je telefoonnummers van waar dan ook opzoekt of denkt te moeten schrijven.  Of je nu  studeert en je ouders en mensen in een kliniek of een school helpt... . Laat ons niet oordelen over anderen, maar ons verwonderen over anderen en de wegen die zij bewandelen.  De ene heeft zijn vrouw of man of werk nodig, de andere kan niet zonder filosoferen over werkelijk alles. 


 Zijn we niet allen moedige nakomelingen,   schepselen van de eeuwige kracht van het goede...die we op allerlei verschillende manieren proberen doorgeven tegen al het negatieve in.   Zoals de jubilarissen van vandaag dat nog altijd doen. 


Gesteund, zoals ze dat verdienen door onder meer diegenen waar we vandaag weer te gast zijn.  Octo.  Naast z’n vorig en huidige beroep ook  filosoof, advocaat van de werkende mens, kunstenaar,  maar ook zoon, broer, schoonbroer, ex, vader, vriend enz... .


Niet iedereen legt het leven in veel woorden uit.  Gelukkig maar.


Het gaat om de daden, gevoelens en gedachten ,de levens die zijn en worden geleefd.  Wij zijn een puzzel van iedereen die doorheen generaties heen tijdloos door werd gegeven.  Zelfs wijzelf weten niet altijd waarom.


 


De Lijkstoet


            Vanachter deruiten van de kleuterklas, zag de knaap een door een paard getrokken lijkwagen voor het schooltjesspeelplein richting kerkhof voorbijtrekken. 


Een groep donkergeklede volgers bengelde d’erachteraan.


Als je op de tippen van je teentjes stond ,kon je zien dat de kist open gelaten was.


Die opgestreken gordijnachtige witte zoom van de zwarte kist…het leek alsof de onzichtbare dode in een rijdend bed zou liggen.


Zou men de kist dichtschroeven, zodat de vijzen zich in stilte in het hout zouden eten of zou men de nagels voor de dekplaat van de kist gewoon met luidruchtig hamergeweld door het hout rammen ?  


Hij probeerde zich zo'n tafereel voor te stellen.


            Voorstellingsvermogen en fantasie had hij genoeg.  Hij groeide immers op temidden van alle mogelijke dingen en wezens die boeren, fruitkwekers en handelaars toen nodig hadden om uit de voeten te kunnen.


Hij had zelf immers al geprobeerd van zijn eerste nagel in hout te doen verzinken.  Hij had zelf al dode dieren  in dozen begraven.  Hij vond zijn al dan niet gevederde vrienden toch liefst nadat de wormen al hun werk al helemaal hadden gedaan…en half werk deden die in de rotstinkende wereld vretende minihyena’s niet.  Naarwaar die griezelige wriemelaars achteraf verdwenen was hem een raadsel.  Als ze uit eieren van vliegen tevoorschijn kwamen, zouden ze stukken van afgestorven levende materie door de lucht laten zoemen misschien.


Hij nam tijdens mijn éénmansuitvaarten dan kort eerbiedwaardig afscheid van iets van hen dat er toch al niet meer in was, maar alleen nog maar even in hem leek voort te bestaan om vijf minuten later ;  op enkele uitzonderingen na tot op de dag van dit schrijven ; ergens in z’n hersencelarchieven te blijven rusten.


            Als kind kijk je nog vanop een grote afstand naar wat er in de grote mensenwereld gebeurt,  je kent nog niet het detail van de belangen en rivaliteiten die zich achter alles en iedereen verschuilen.


Men probeert je zo vroeg mogelijk te leren werken en voedt je op met allerhande gangbare spijzen voor de buik en het hoofd.  


 


                                                                       11


De ronde karamel


            Beginjaren zesde decenium, einde tweede millenium, winter.


De achtjarige knaap rijdt met z'n zelfgeverfde oude kinderfiets richting kerk.  In z'n mond een ronde bol, (of was 't een karamel ?), die hij van zijn grootmoeder kreeg.  Een warmmollige vrolijke vrouw die hem al eens spek met eieren maakte omdat hij altijd zo vroeg voor die mis opmoest.


Op hoogte gekomen van het stuk weiland waar hij een vijftiental jaren later een huis zou zetten; zakte de bol zomaar in z'n keelgat, maar het verkeerde misschien.  Dapper bleef hij doormalen, het weiland waar hij vele jaren later nog in andere soorten van ademnood zou komen, liet hij achter zich, de kerk kwam in 't zicht.


            Vijf minuten later zat ie de mis te dienen.  Ergens bleef die bol hangen en iets begon meer en meer te klemmen.  Hij kreeg het warmer en warmer en moest juist rinkelen met zo'n kerkelijk ringedingdinges voor d'een of d'ander mystiek gebeuren...toen hij overal sterretjes zag.  Het volgend ogenblik was men hem water aan 't laten drinken in de aankleedruimte van de kerk.  Zo'n aankleedruimte had een aparte naam en klonk als 'sakrestijn'...een soort in onbruik geraakt woord.  De knaap wist het nog niet; maar zou zijn leven wijden aan alles wat niet in een soort vergeetput verdwijnen mag.  Bepaald geen makkelijke taak als je geboren bent in het midden van de eeuw waarin nog nooit op zo'n korte tijd zoveel veranderde.  Dat houten sorteerbakken voor patatten of koeistallen voor vier beesten verdwenen, bleek niet tegen te houden, maar niet onoverkomelijk, want wie de grootschalige landbouw maar niks vond, kon het nog altijd kleiner proberen als hij of zij tenminste veel van al dat moderne ontberen kon.  Goeie gewoonten planten zichzelf toch voort, zelfs als daar eerst dertig jaar antibiotikakuren en hormonengespuit op dieren moet tussenliggen.


            Wat was er dan uit dat verleden dat de knaap wilde redden voor de toekomst en waarmee hij het heden wilde begrijpen ?


            De knaap was niet alleen geinteresseerd in wat men nu eigenlijk met 'god' bedoelde of waarom er in z'n geboortedorp zoveel oorlogsweduwen waren, maar ook in simpele uitspraken van grote mensen, woorden en situaties die hij niet begreep.  Bijvoorbeeld dat verhaal over die bepaalde voor hem onbekende familie waar de man z'n vrouw verbood van met blote armen rond te lopen.  Hij was nog maar een knaap, maar toch zou hij dat alles eens op een dag grondig uitgespit hebben; want als je als kind echt iets diep van binnen wenst, heb je meer kans dat zo'n wensen scheuten krijgen, dan wanneer je jezelf door omstandigheden daar te oud voor voelt.  Dat hij om pijn en dergelijke te begrijpen zelf de pijn in moest wist hij toen (spijtig genoeg?) nog niet.  In hoeverre waren dingen die gebeuren onontbeerlijk en afwendbaar ?


 


De wijsheid in pacht, zonder erover hebben nagedacht


            Even terug naar de kleutertijd.  Sommige mensen kunnen liegen en bedriegen alsof ze gewoon een bijrolletje in een gangsterfilm spelen.  Onze knaap, niet.  Hij vatte het leven heel ernstig op.  Het leven was immers een geschenk.  Iets dat je van God en je ouders en zo verder gekregen had.


Iets vol geheimen en dingen die je diende te eerbiedigen.  Iets dat niet zomaar vanzelf kwam, maar waarvoor men zich op alle mogelijke manieren inzetten moest.  Ook iets dat bij gebrek aan goede wil, via een straf, naargelang het vergrijp...'bijgestuurd' werd.


            Al van toen hij de eerste keer de borst kreeg, was het voor iedereen, behalve hemzelf, duidelijk welke levensfilosofie hij aannemen zou : 'het leven was er, het werd je aangeboden...alles wat je nog hoefde te doen...was je goede wil te laten zien...én te zuigen.  Zoals ook de vrouw het zaad van de man opzuigt om vrucht te kunnen dragen.


Zijn karakter ontwikkelde zich in de richting van teveel goede wil en te grote stoute schoenen.  Hij ontdekte  dat er naast melk  nog andere dingen in het leven waren.


                                                                       12


            Al van in z'n kleutertijd werd hij door het katholieke kerkapparaat opgemerkt en uitgepikt om een belangrijke rol in allerlei rituelen te gaan spelen.  Het was een hele struisgebouwde non met sandalen; maat 45 (?), die hem 'ontdekte'.  De dag na de nacht dat Sinterklaas was langsgeweest wou hij maar wat graag Indiaan zijn.  Dat trok hem aan.  Hij tooide zich met de verenkroon die de man met de witte baard waarschijnlijk via een inzamelingsaktie van d'een of d'andere soort paters buitgemaakt, of minder avontuurlijk gezegd, 'opgehaald' had; en begon in het kleuterklasje rond te hollen.  Kreten jubelend op z'n Indiaans; à la cowboyfilms van op de TV bij de overburen, de famillie Oversteens, die als eersten in het dorp een beeldhuis hadden.  Niet dat tabaksgigant Belgatabak veel betaalde, maar André had na zijn uren ook nog 'poten aan zijn lijf' en een thuiswerkende vrouw in die specifiek kleinschalige tuinbouw van vooral toen.


Op het platteland kan dat tellen (en telen).   Maar terug naar de knaap dus.


Door toedoen van de overgrote dosis energie die hem toen al kenmerkte, kwakte dus de mooiste vaas aan van de kleuterklas aan diggelen.


Hij zou geweten hebben dat het zijn fout wel weer eens was.  De non, met de mannelijk aandoende naam, die anders zo lief lachen kon, trapte verwoed in de richting van zijn kleuterkont.  Hij rende voor z'n leven. 


Kon hij het helpen dat dat in 't zwart ingekapselde mens de kleuterstoeltjes zo dicht bij de kasten met breekbare dingen erop zette ?


Ja : "vooruit gij 'zen duvel', kom hier kleine rappe pallieter...wanneer ga je nu eens leren stilzitten...onbeschofte zoon van ne marchanderende fruitboer".  Had hij toen twintig jaar ouder geweest, dan had hij misschien het volgende geantwoord : "Hoe is het mogelijk dat de opvoeding van kinderen toevertrouwd wordt aan vrouwen die er geen willen krijgen".  Of nee, dat zou hij dan alleen maar gedacht hebben, want zo'n uitspraak zou het meer verdienstelijke werk van veel van die vrouwen onrecht hebben aangedaan.


            Al van toen af, lag zijn lot al vast.  Deze rebel moest misdienaar worden.  De zuster met de aartsengelachtige naam gaaf de beslissende tip aan haar platonische liefde, eerwaarde heer Norbert; pas 'ingehaald' priester van de nieuwe lichting in zwarte maatpakken geklede zieleoversten, die de oude lichting zwartrokken kwam vervangen.  Hun filosofie was er geen van 'geniet maar van het leven'...alhoewel dat henzelf toch wel duidelijk lag.  Geen gezinszorgen, een vast inkomen.  Aftrekbare posten zoals wijn en werksters misschien ?  Hun ingesteldheid was er eentje die duidelijk verried dat zij dachten dat zij alles beter wisten.  Velen geloofden dat.  De knaap aanvankelijk ook.  Bezorgde de Roomse kerk onder de vleugels van de jonge dynamische managers Aartsengelnon en Norbert hem niet zijn eerste inkomen : een deeltje van het kleingeld dat bij de enkele trouwpartijen in het kerkelijke mandje viel.


            De enige manier om als kinderen van plattelandsmensen die met de boerenstiel te maken hebben, aan het gedeelte 'teveel' van werken te ontsnappen, was ofwel te zeggen dat je teveel huiswerk had, ofwel zeggen dat je iets van de pastoor moest ronddragen of zo.  Niet dat hij en kornuiten niet graag werkten...maar de kinderen van die arbeiders die de boerenaktiviteiten financieel niet meer nodig hadden, konden de hele week sjotten, ravotten... (of zich vervelen ?) . 


 


Het houten-bakken paradijs


            Wij, de klein mannen van de boerderijtjes,, hadden weer eens een huis van houten bakken gebouwd.  Kompleet met vensters en al.  Als je bij ons binnenkeek zag je de keukentafel, ook al van bakken, en het gras en de paardenbloemen die de groenten moesten voorstellen.  De TV, die nog maar pas opgang maakte, was dan weer een houten kist zonder bodem die op een bakkenverhoog op haar kant stond.  Wij maakten onze nieuwsberichten zelf.  Als één van de jongens of meisjes dan achter de bodemloze bak kroop, kon je het wereldnieuws overlopen.  Ofwel pleegden we een stuk plagiaat op wat


                                                                       13


we op de radio hoorden : "Vandaag om 17 uur is president Kennedy aan z'n verwondingen overleden", ofwel brachten we het plaatselijke nieuws dat we in de krant hadden gelezen : "Onze door de voorbije oorlog geteisterde gemeente heeft vanaf de recente verkiezingen de jongste burgemeester van heel Belgie".  Op ons best waren we echter als we zelf improviseerden : "Het kalf van boer Pieeh z'n rosse koei, trekt geweldig op het 'bakkes' van Jeppe van de Witte...".


Deze eerste en laatste dialect TV-uitzendingen, hadden qua klank soms veel meer weg van het Zweeds, dan van de Algemeen beschaafde, Nederlandse taal, en zullen waarschijnlijk altijd uniek blijven, daar de regionale TV-zenders van nu (eigenlijk maar best), ook in 't ABN uitzenden.  Dialekten hebben wel een klankkleur en oerbinding en betekenis die je zomaar niet vervangt.


            Maar goed dat wij dat jaar nog veel kunnen spelen hebben, want het jaar daarop konden sommigen onder ons al lichte volle bakken fruit dragen en werden we in allerlei landelijke processen ingeschakeld...wat ons veel bijbracht en tof kon zijn als het allemaal niet teveel werd, want er moest steeds meer en meer worden geproduceerd 'om te kunnen overleven' 'zogezeid'.  Ach ja, ...en bovendien was het wel ergens onze eigen schuld...daar we allemaal wel wat wilden bewijzen tegenover ouderen en tegenover mekaar.


            Wat wisten wij eigenlijk toen van 't leven ?  De verre voorvader van grootvader was waarschijnlijk een 'grotvader' daar hij in spelonken leefde.


Eens om de zoveel jaren was er wel ergens een oorlog en dat zou naar 't schijnt altijd blijven duren, want het was altijd zo geweest. 


De pa van onze pa, die af en toe eens in ons bakkenhuis kwam kijken, beloofde ons dat hij zijn boomgaard met hoogstammen tot een paradijs met vijver en zo zou maken, maar voor ons was dat al.  Grootva heeft ook de tijd niet kunnen stilzetten...en ook de andere grootva's uit de buurt niet.


De grootschaligheid rukte op en beroofde de dieren van de vrijheid om gezond te leven.  Hoogstammen werden gegeerd openhaardvoedsel, terwijl de kachelverkoop terugliep en de mijnen 'gereorganiseerd' werden.


Het hardfruit zou voortaan makkelijker op laagstam gewonnen worden en in steeds grotere en grotere vries-en luchtledige ruimten worden bewaard.


Hetgeen onze-lieve-heersbeestjes en andere geleedpotigen al jaren deden : het neerslaan van w  itte en rode spinnenepidemies, schurft, ...zou voortaan worden overgenomen door een alsmaar gigantisch wordende verdelgingsindustrie die zowel rijke verdelers als waarschijlijk hier en daar zieke boeren voortbracht.  Eigenlijk een stuk de schuld van de consument, die fruit met rare plekjes niet moest hebben...wat was de mens toch kieskeurig geworden.  Ziektes werden meer en meer door antibiotica genezen...maar ook die te bestrijden beestjes zouden jaren later versterkt uit de strijd komen.  Wat zal er van het huidig gepruts met genen te verwachten zijn ?  Waarschijnlijk alleen dat waar het hele opzet om te doen is :  hogere winstcijfers.


            Paarden en kasseien zouden worden vervangen door beton en asfalt en immer zwaarder wordend vervoer.  De simpele beestenhokken werden vleesfabrieken.  De romantische boerenschuren hangaars.  De bij mekaar gespaarde centen om het boerderijtje uit te breiden werden dure bankleningen waar de meeste boeren zich krom voor werkten.  Ook in de fabrieken werd het werkritme alsmaar opgedreven...en dit probleem zou de volgende veertig jaar niet in het programma van onze meest gemediatiseerde politieke partijen aangekaart worden.  Hongersnood en vernietiging van voedsel pasten perfekt samen in de wereld die wij erfden.


De grootspekulanten en hun vazallen trekken overal aan de touwtjes.


Wij wisten echter niet beter dan dat president Kennedy een vriendelijke man was; een 'eerlijke', die doodgeschoten werd...de film over de moord (J.F.), zou dertig jaar later


                                                                       14


duidelijk maken dat het systeem desnoods zijn eigen slippendragers vermoord.  Wij wisten niet beter dan dat de jongste burgemeester van Belgie; onze sympathieke buur met z'n onafhankelijke


lijst, na de fusies ook door de grotere lijsten zou worden opgegeten...om uiteindelijk misschien uit afkeer van de grotebelangenpolitiek terug met z'n lijst 'gemeentebelangen' op te komen.  Het zou niet in ons hoofd hebben opgekomen dat de mensen eerst beter voor een algemeen programma vanopenbaar nut zouden kunnen kiezen en daarna voor bekwane mensen op lijsten per projekt in plaats van per partij.  De term 'openbaar nut' zou veertig jaar later tot bijna helemaal synoniem met de 'belangen van het grootkapitaal'worden.


           


 

De inplanting van melancholische illusies

 

 

 

            Eerst de grote God de vader, dan de zoon en vervolgens de heilige geest.  "Laat ons zeggen grootvader, zoon en kleinzoon", dacht de knaap in de godsdienstles.  Bompa als diegene die in het slechtste geval het gevoel heeft van z'n strijd verloren te hebben.  De zoon die maar nauwelijks de frustraties van z'n vader ontworstelt is.  De kleinzoon als de nieuwe hoop die eindelijk heel zijn voorgeschiedenis op een rijtje krijgt; conclusies trekt, en een ander, gelouterd vader en grootvader zijn kan.

 

 

 

            De objectieve levensdraden.  De strijd om 't bestaan.  Grootvader, eind vorige eeuw geboren, teenager bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog.  De grote machthebbers slaagden erin van het werkvolk van voornamelijk Europese landen mekaar te doen afslachten en haten.

 

 

 

Wiens 'strijd' om het bestaan was dat eigenlijk ?  Het was de strijd van diegenen wiens geld niet meer genoeg opbracht op de beurzen.

 

 

 

Hun vertegenwoordigers in eigenlijk hun Staat wilden van hun Staat de leidende ekonomische macht maken.  Diegenen die melancholisch dachten dat ze hun leven voor hun vaderland gaven; stierven in feite voor de geldwaanzin van de Grootgeldheren. 

 

 

 

            Grootvaders vader werkte nog voor een grootgrondbezitter voordat hij op z'n eigen lapjes grond kon beginnen.  Het was de tijd van de 5, de 10 en de 14 kinderen per gezin.  De tijd ook dat de uitbuiting en de 'ontwikkeling' van de verre, meestal overzeese gebieden tot in de kleinste parochie 'gesteund' werd; zonder dat het merendeel van de boerkes wist welke industriele groepen ze eigenlijk steunden en in welke mate ze bezig waren met het leven van die andere, overzeese boerkes te ontwrichten.

 

 

 

Hoe zouden ze het ook geweten hebben, werken en voortdurend uitbreiden of verdwijnen en honger lijden , was hun deel.  Om de geschiedenis te leren interpreteren was er geen tijd : de pastoors, de baronnen, de fabrieksbazen en al hun politiek personeel hadden toch het eerste en het laatste woord;  en niet alleen omdat zij het waren die betaalden en betaald werden; maar ook omdat zij het nog altijd voor het zeggen hadden; zelfs na de invoering van het algemeen stemrecht :...de ultieme burgerlijk demokratische illusie van medezeggenschap over wie het uitbuitingsproces leiden mocht.

 

 

 

            Vader kwam eraan...juist toen de jaren twintig al een beetje op gang gekomen waren.  De Russische revolutie werd door 14 buitenlandse machten zwaar belegerd en de  Duitse  revolutie, mede als reaktie op de slachtpartij van de eerste wereldoorlog en allerlei onbering; was nog maar net bloedig neergeslagen of de burgerij tilde het fascisme langzaamaan in een positie vanwaaruit het de rol van de in krisisjaren opgebruikte burgerlijke demokratie kon gaan verdringen.  De ene illusie als oplossing voor de andere gebruiken, bleek de remedie om te voorkomen dat de werkers de macht zouden grijpen.  De verpaupering deed weer haar werk, de arbeidersklasse, fysiek en organisatorisch verslagen , liet zich weer vangen en trok weer tegen de buurlanden ten strijde in plaats van de macht in eigen land te grijpen en de oude draken naar de 'vuilnisbak van de geschiedenis' te verwijzen.  Deze keer wren het niet de opstandige arbeiders-soldaten die met hun revolutionaire dreiging het einde van de oorlog hadden ingeluid.  Nee, het ene imperialistische beest had gewoon het andere verslagen; de oorlogsindustrie had haar centen binnen en er was alweer een plan klaar om geld te verdienen met de wederopbouw.  De voornaamste hoofdoorlogsmisdadigers van 't ene beest werden bestraft of ingelijfd in de spionagediensten van het andere beest; en de plannen van sommige politieke strategen om als twee beesten tesamen door te stoten naar het oosten...VOORLOPIG OPGEBORGEN.  De vader vond geen werk in het Waalse industriebekken en, nog maar net ontsnapt aan het lot van een kleine honderd door concentratiekampen gedode dorpsgenoten, diende hij zich dooe keihard werken een plaats in de fruitteelt en de handel te veroveren.  Zijn plannen om in de Kongo te gaan werken had hij na de koloniale school in Brussel, definitief opgeborgen.

 

 

 

            De kleinzoon kwam...midden jaren vijftig.  Zijn moeder had na een granaatinslag een eigrote krater in haar bovendijvlees overgehouden...een paar centimeter naar links...en onze knaap was nooit geboren.

 

 

 

Een jong, zwaarbloedend meisje, nipt van een Vietnam - of Irakachtige of... oorlogsdood gered.  The 'golden sixties' kwamen eraan.  De bruto nationale produkten begonnen weer te stijgen, in 't Westen meer dan in een deel van het Oosten en in schril contrast met het zuiden.  Niets zou de vooruitgang nog kunnen tegenhouden :  overproduktie ? onverkoopbare stocks ? ...nooit van gehoord.  Met zo min mogelijk mensen produceren werd de nieuwe geloofsbelijdenis.  De overbuiting in de zogezegde exkolonies werd geperfektioneerd via  colaborerende elites, en methoden die men in het Westen niet meer durft te gebruiken. 

 

 

 

            De kleinzoon had aanvankelijk nog niet door dat dit alles niet met wat gewoon 'broederlijk delen' op te lossen was.  Politiek...wat was dat, niemand die een echte uitleg had; soms leek het op het verschil tussen een aantal kranten; soms bij de dorpsverkiezingen op het verschil tussen een aantal min of meer sympathieke figuren.

 

 

 

            Ook de kleinzoon zou een gezin stichten en moest z'n boterham gaan verdienen.  Hij had wel graag op 't land blijven werken, maar die kapitalen daarvoor nodig en die commerce daarrond waren er teveel aan.

 

 

 

Zwaar werk als sjouwer van fruitkisten lag hem, maar hij wou meer tijd om het leven te bestuderen...en niet alleen op de manier die de school hem had bijgebracht.  Het leven zou hem alles leren wat hij nodig had...bijvoorbeeld het ...reizen per trein.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het observeerspel

 

 

 

            Op 't perron van d'aloude provinciestad stonden, kamen en vertrokken honderden ochtendlijke kostwinners.  Ritmisch, door tamelijk nauwkeurige tijdsintervallen gescheiden; stapten de stuk voor stuk, naamoze, boeiende, zwijgzame gezichten in en uit.  Zij die stonden en naar overal rondkeken, speelden het observeerspel...of keken hun korte of lange persorganen in.  Het observeerspel had slechts één gulden regel.  't Leek verboden een bepaald iemand die vooraan in 't gezichtsveld van een ander kwam, daar langer dan twee sekonden in te houden.  Tijdens dit mikromoment diende je precies best zo snel mogelijk het hoofd af te wenden.  Indien iemand iemand anders langer dan die lilliputlimiet bekeek, kon je duidelijk zien dat één van de betrokken gezichtsvelden niet door de andere waargenomen kon worden.  De individuen die het waagden van de spelcode buitensporig te overtreden werden veelal met afkeurende blikken op hun baraars, openlijk voyeurisme gewezen.  Net ofdat je hun vrouw of man of henzelf als man of vrouw, te lang in de ogen zat te kijken.

 

 

 

            Eenmaal in de trein, bereikte het anonieme sfeertje zijn hoogtepunt.

 

 

 

De recht tegenover mekaar geplooide wezens sliepen, of staken hun hoofden en blikken tussen de nog door beelden en blikken te vertalen symbolen van de aan hun smaak en kunnen aangepaste opiniemakers.

 

 

 

Die uitgelezen afstandsdoders bevestigden waarschijnlijk wat ze over de wereld dachten of waar ze meenden zeker over te zijn.  Iedereen was zijn eigen voer zo gewoon, dat er niet één met verwondering, verbazing of verontwaardiging op de stijl of de inhoud van een bepaald artikel reageerde.  De lezers en slapers waren hopeloos verzoend met diegenen die warmtehoudende draden aan mekaar probeerden te breien door een gigantisch netwerk van knoopjes te linken.  Zo slaagde men er zo onopvallend mogelijk in om het observeerspel zo ontwijkend mogelijk te spelen.  Een tweede, zilveren gedragsregel hing als een onhoorbare klemtoon in de wagons : de ietwat te lange anonieme blikken mochten bijna nooit door uitgesproken taal bezegeld worden.  Zij die mekaar treinshalve kenden en bijna dagelijks ontmoeten, waren veelal gauw uitgepraat.  Vooral bij grote wagonstiltes viel het hen kennelijk zwaar om met twee of drie een wagonkabaret weg te geven.  Tussen mekaar bekende personen met totaal verschillende interessesferen, zag je al gauw dat één van de partijen zijn toevlucht gedeeltelijk in een kreativiteit van zijn keuze zocht.  Uit het venster staren, proberen te lezen, pogen te slapen of liefst ongemerkt observeren  wie er dan vandaag wel zat.

 

 

 

            Alleen de kaarters en de mensen die echt van een, om 't even welk, boeiend onderwerp knabbelden kwamen bovenop een soort algemene, spontane aandacht te zitten.  Deze laatste groep én de toeristische treingebruikers scoorden qua enthoesiasme 't hoogst.  Diegenen die niet behendig op mekaars golf zaten, of niet wilden of konden zitten; hadden

 

 

 

dan toch nog één zichtbaar ding gemeen met de anderen.  In één wagon op twee zat het treinvolk met al zijn verwachingen, achtergronden en zorgen...in een door verbranding van verdorde plantaardigen verspreidde mist.  In het andere gedeelte van de treinboxen, kon je de lucht dan weer niet snijden.  De lieden van de met duurder meubilair uitgerustte treingedeelten, hadden wel meer ruimte dan diegenen die met vijftien of dertig in de zitloze tussenafdelinkjes opgestapeld stonden...toch straalden ze ergens een moeilijk te omschrijven beperktheid uit.  Een ingebouwde rem verhinderde sommigen onder hen waarschijnlijk om vanuit het met de tweedeklassers gemeenschappelijke, kollektieve verleden; aan een waardebepaling van het heden gaan te doen.  Verschillende kleine graadjes bezit, gezag en gedrag (of de ambities daarvoor) , scheidden de twee treiningezetenen en iedere groep op zich, onderling, vertoonde waarschijnlijk dezelfde symptonen.  Men zou zich kunnen afvragen waar de treinkonducteur 't liefst zijn ronde deed.  Welwetend dat je het niet te veralgemenen antwoord, nietzozeer in een politiek-ideologische, dan wel in een zielsuithoek van de betrokkene zou moeten gaan zoeken.

 

 

 

Misschien gelukkig dat  de psychologische wetten al die dingen haast automatisch voor ons koordineren en korrigeren zodat onze intuitie en verbeelding soms kunnen genieten van al die soorten van observeren.  

 

 

 

            Om kort te gaan, op het initiatief tot beginnen spreken rustte precies een hypotheek.  Een hypotheek die bij het demonstreren van contactnood, wel eens verhoogd zou kunnen worden.  Omdat je nooit wist in welke mate spreken wel eens genant zou kunnen zijn, hoefde het natuurlijk niet zo nodig.  De anonieme geluidloze schuttingen slopen, wekte wel de blikken en de geesten, maar vermocht zelden dat er eventueel een aantal kommunikatiespeelkaarten geschud...en uitgedeeld werden.  Daar zaten ze dan zo dus.  Gijdend samen.  ZE, het duizendtal, dat, op 't eerste zicht, niets aan mekaar had, en wilde hebben.  Op één trein uit de duizend, lagen ze, veilig van mekaar afgeschermd, al dan niet wakker, ...te dommelen.

 

 

 

            Er waren er onder hen, die van de landelijke gebieden kwamen.

 

 

 

Er waren er die in kleine en grote steden woonden.  Er waren er die zelden zochten wat ze vonden en vonden wat ze zochten.  Er waren er die niet meer zochten.  Er waren er die niet wisten wat ze zochten.  Er waren er voor wie niet zoeken heel gemakkelijk was.  Er waren er die alle dagen in dezelfde details verloren liepen.  Er waren de ontgoochelden die, teveel ineens of te onhandig gezocht hadden.  Er waren er die, gelukkig genoeg, niet zo zeer meer hoefden te zoeken, maar vooral innerlijk genoten.

 

 

 

Er waren er die gelukkig nooit zouden zoeken.  Er waren er die teveel en te weinig of niet het juiste tot zich namen, vast, vloeibaar of zielsmatig.

 

 

 

Hun groei altijd corresponderend  met alle omstandigheden in acht genomen.  Hun eigen groei en afgang versnellend of vertragend zoals het komen en gaan van ziekten.  Op weg naar werk of drank of vrouwen enz...

 

 

 

            Voor de meesten was zoeken ergens als te moeilijk en nergens naartoeleidend ingebakken : hun motto : 'leve het konkrete, praktische leven...en weg met abstrakties, analyses en de taal als heiligdom'.

 

 

 

Van hun geestdrift af te lezen, zaten velen precies levenslang aan een, hetzij zinloze of overbodige, hetzij een te veeleisende funktie vast.  Of een nuttige funktie, maar binnen een slecht georganiseerde struktuur.  Overbetaald of onderbetaald, zinloos of niet...iedereen was een funktioneel lid van de naar de 21ste eeuw opschuivende 20ste eeuw.

 

 

 

            Alles draaide rond het funktioneel zijn.  Zich teveel afvragen waarom, voor wie en wat men eigenlijk funktioneel zat te zijn, was veel te gewaagd om met andere, misschien minder sociaal bewustzijnslozen, over te spreken.  Enfin, dan maar gezwegen.    

 

 

 

 

 

 

 

De nieuwe baronnen    « tiens, hier had ik precies van gedroomd »

 

 

 

            De grootvader van onze inmiddels volgroeide knaap had de oude baronnen nog gekend.  Ze waren met de klerus en de kleruspartij of de zogezegde 'liberalen' vergroeid en verwachten in die tijd nog een soort eerbetoon van hun 'minderen'.  Een overgrootvader van de knaap had nog op een kleine hoeve gewerkt die aan 't kasteel toebehoorde.  Op de laatste dag dat hij voor de baron werkte; zei deze hem dat de mest niet dik genoeg op de akkers gegoten was.  Hij had de baron daarop met z'n klikken en klakken in de zeik gegooid en hem gevraagd of "de mest er nu dik genoeg oplag, mijnheer de baron".  De baron had zijn knecht en diens kruiwagen zelfs niet kunnen zien vertrekken van de stront in z'n ogen.

 

 

 

            Een paar generaties later, zijn de nieuwe baronnen de machtige partijpotentaten.  Voor het bekomen van tijdelijke of vaste jobs of om uit het sociale doolhof wegwijs te geraken, is een steeds groter deel van de maatschappij van hen afhankelijk.  De belangrijkste politieke daad die de grootste groep van nieuwe lijfeigenen stellen, is het kleurloos blijven. 

 

 

 

Dit zolang mogelijk volhouden, heeft het voordeel dat je, naargelang de politieke omstandigheden, op om het even welk politiek paard kan wedden.  Nog anderen, de schatplichtigen, proberen het door zich in één van de klassieke partijen verdienstelijk te maken...al hebben die aktiviteiten inhoudelijk weinig met politiek in de geschiedkundige betekenis van het woord te maken (pensenkermissen; naai-en snit...).  Deze inzet is veelal meer een weloverwogen spekulatieve carrièrezet dan idealisme : veelal meer een soort ongeschreven code dat je dankbaar mag zijn dat je via één van de politieke zuilen en hun mutualiteiten, scholen of staatsjobs werk hebt.  Zelfs in de privésector heb je dikwijls 'voorspraak' nodig om aan werk te geraken.  Wie komt er over al die grenzen heen tegen zijn eigen broodheren in, eisen dat werk een recht zou moeten zijn ?

 

 

 

Velen aanvaarden de haast instinktmatig aangevoelde nepnoodzaak om het gesofistikeerde verdeel-en heersspel gaande te houden.

 

 

 

Je aanpassen aan de heersende machtsverhoudingen lijkt heel natuurlijk te zijn...maar de natuur zelf zit veel subtieler en menselijker in mekaar dan we denken.  Net zoals men veelal vroeger de macht van een geestelijke niet in vraag mocht stellen, zo dierf men ook nauwelijks te tornen aan de macht van vaak louter op arrivisme berekende intelektuelen.

 

 

 

            De politiekers die we hebben en het politiek systeem dat we hebben zijn diegenen en is datgene die en dat we met z'n allen tesamen genomen, verdienen, omdat deze een produkt van ons gezamenlijk bewustzijn zijn.

 

 

 

            Het werd de hoogste tijd dat onze knaap zijn politiek militantisme in redevoeringen om ging zetten.  Elke rede vertegenwoordigde een bepaalde periode in zijn eigen ontwikkelingsproces dat onlosmakelijk aan de totalteit van de wereld rondom hem verbonden leek.

 

 

 

Hij schreef uit noodzaak om de romdom hem heersende afvlakking en berusting en het gebrek aan enthoesiasme tegen te gaan.

 

 

 

Uit noodzaak omdat er nog altijd te weinig symptomen van een daadwerkelijke lotsverbondenheid tussen de verschillende groepen van werkvolk bestond; omdat hij zich geen bijenkorf kon voorstellen met bijen met en zonder toelating om te werken;en met bijen die niet moesten werken en met honingpotten beloond werden...die niet tevreden waren met de kleine hoeveelheden stuifmeel achter hun poten.  Hij schreef omdat men zonder een gepaste, overkoepelend ingestelde mentaliteit, niet tot een rechtvaardige en sociale organisatie kan komen...ook niet als je toegeeft op de theorieen die je uit de praktijk hebt geput...en gezeefd en nog eens gezeefd.  Hij schreef omdat als in een maatschappij de groepen op het geheel primeren, dat je dan een soort kanker krijgt, net zoals in bepaalde cellen van organen kanker begint als het deel geen rekening meer houdt met het geheel. Hoe noemt men trouwens een beperkt gedeelte dat een groot geheel al herhaaldelijk heeft uitgeroeid : kanker of oorlogsimperialisme ?   Hij schreef omdat je door tegenstellingen aan de oppervlakte te krijgen men nog iets bijleren kan.  Hij schreef om door het kollektieve verleden versplinterde groepen een werkzaam gemeenschappelijk alternatief kunnen aan te bieden.  Verleden, heden, toekomst...een toekomst die, onopvallend een onderdeel van het verleden en het heden leek te zijn.  Word de geschiedenis immers niet bepaald door de omstandigheden waarin mensen leven en de stimulansen van hen die daarover nadenken ?

 

 

 

 

 

 

 

Aan iedereen

 

 

 

Die het leven hongerig liefhebben blijft.  Die weet dat er niets zonder gekende of nog onbekende vormen van energie kan bestaan.

 

 

 

Die weet dat leegte niet bestaat, maar dat je ze in je leven wel oproepen en scheppen of overkomen kan.  Die zich niet door de heersende ideologie laten overwoekeren heeft.  Die in het bestaan allerhande soorten bewustmakende en levensnoodzakelijke evoluties naar meer zin ontdekt.

 

 

 

Die weet dat het nieuwe en het oerlijke, alhoewel verschillend van uiterlijk en inhoud nog altijd één willen zijn.  Die denkt dat de dood slechts gedeeltelijke onbereikbaarheid is.  Die vanuit diverse tastbare werkelijkheden zoals allerhande soorten wetenschappelijke kennis en diepgaand geanalyseerde gevoelens, reeds de kunst van het intuitieve innerlijke observeren beheerst.  Die vanuit de kracht van deze innerkommunikatie probeert te kommunikeren.  Die de waan en de echtheid, het kaf en het koren, al onderscheiden kan.  Die weet dat ook de eenvoudigen van geest je kunnen vooruitstuwen en dat eenvoud de sleutel tot het begrijpen van het complexe is.  Die  de 'aanraking' en het 'betoverende'  in het lezen en uitspreken en vergelijken van woorden ervaart.  Die de samenhang van de gebeurtenissen in z'n leven als wisselwerking met de totale eenheid van alles kan zien...en daardoor zijn individueel en kollektief bewustzijn verhoogt.  Die weet dat het denken over z'n eigen leefwereld onlosmakelijk verbonden is met het denken over de wereld en het heelal in z'n totaliteit.  Die, misschien onderbroken, maar immer konstant aan de kwaliteit van de communicatie rondom zich werkt.

 

 

 

Die begrijpt dat al het vorige in een nieuwe manier van met mekaar en zichzelf omgaan zal resulteren.  Die beseft dat het beheersen van de dynamiek achter het persoonlijke samenleven van mensen; van de kleinste kernen tot de algehele wereldmaatschappij; dat dit alles al op zich een nieuwe vorm van kunst is... een kunst die van een gezonde innercommuniatie vertrekt.  Die weet dat het individuele en kollektieve kennen tot een hogere mate van bewustzijn leidt...en dat dit bewustzijn de wegen naar het kwantitatief en kwalitatief betere opent.  Die weet dat bepaalde juridische en morele wetten naargelang de omstandigheden zowel veiligheid als bedreiging kunnen zijn.  Die weet dat alles zich uiteindelijk toch ontwikkeld in de richting van wat het optimaal zijn kan.

 

 

 

Die weet dat gedachten en strukturen die het nefaste deel va het oude willen in leven houden op kleine en grote schaal schade aanrichten .

 

 

 

Die beseft dat sommigen die dit alles nog niet goed verwoorden kunnen, soms meer bereiken en soms meer uitstralen dan zij die dit alles snappen en uitleggen kunnen.  Die met dit alles begaan wil zijn...omdat je er uiteindelijk niet meer los van geraken wil.  Die de ware inhoud van het woord vrijheid snapt.  Die vanuit zichzelf en anderen tot volle rijping komen wil.  Die op positieve en negatieve manier tot het opbouwen van mijn begrijpen heeft bijgedragen, van de holbewoner tot en met mijn huidige buur.  Die weet dat geld alleen niet gelukkig maakt.

 

 

 

Die weet dat we met het woord 'God' eigenlijk de bovendierlijke eigenschappen in onszelf bedoelen.  Die weet dat alles wat bestaat zowel natuur en cultuur tegelijk is...en dat er niets anders kan bestaan.

 

 

 

Kortom : Graag leven, net als samenleven is de grootste kunst...innerkommunikatie is de nieuwste kunst.  

 

 

 

               

 

 

 

GEACHTE MEDEMAATSCHAPPIJER

 

 

 

_______________________________

 

 

 

 

 

 

 

           

 

 

 

            Het stuk ‘Kiezen voor Mensela’ (Mensela = gemeenschappelijke verblijfplaats, aarde) is een ietwat filosofisch sociaal bewogen werk met zeer ruime inhoud.

 

 

 

Opgebouwd rond een theatermonoloog die gaat over de onmacht van het individu tengenover oorlog , honger, armoede, vervuiling, krisis en andere soorten van onderontwikkeling…zoals stress, werkeloosheid, commerciekultuur, platte journalistiek…mondt de monoloog uit in een zoektocht naar de mens en zijn innerlijke en intermenselijke relaties.  Kan ons subjektieve zijn onze objektieve bestaansvoorwaarden beinvloeden ?

 

 

 

Het gaat hier om kunst uit het echte leven gegrepen : Real Art.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

            Inzicht verkrijgen in dat grote toneelstuk waar we tenslotte toch allemaal tegelijk in spelen, zo’n inzicht betekent intens gaan beginnen nadenken over hoe we ons, misschien tot het praktische, alledaagse beperkte bewustzijn uit kunnen bouwen.  Als je op zoek gaat naar de werkelijkheid, tracht dan binnen de werkeljkheid te blijven, zonder erdoor ontmoedigd te geraken.

 

 

 

            ‘Inzicht verkrijgen in’…is de belangrijkste voorwaarde  om vanuit jezelf aan een samenleving op ontwikkelder niveau kunnen mee te werken.  Een samenleving die zich organisatorisch aan de noden van de gehele wereldbevolking aanpast.

 

 

 

            Dat betekent dat je je eigen tegen allerhande vooroordelen begint te wapenen.  Met als drijfveer van te willen bewijzen dat het willen weten en de in objektieve journalistiek vertaalde waarheid het uiteindelijk op de ongebreidelde bezitsdrang der machtswellustelingen zullen halen.

 

 

 

            Geeft de taal en ons denkvermogen ons niet de mogelijkheid om met behulp van een aantal wetenschappen de geschiedenis van alles en nog wat als één onafscheidelijk deel te analyseren ?  We gebruiken onze ogen volledig om te zien, waarom zouden wij onze taal maar half gebruiken ?

 

 

 

            ‘Hoop’ is ook een levensnoodzakelijk iets, maar het kan niet zonder geloof…geloof in datgene wat je gaan hopen bent.

 

 

 

Je moet goed weten op welke bedoelingen en machtsverhoudingen jouw geloof en hoop gebouwd zijn…dat wisten onder andere de nazistemmers niet…en ook nu nog neemt men de mensen bij de neus.

 

 

 

Of het nu om hoop in een mens, hoop op een systeem of hoop in een idee gaat (hoop op rechtvaardigheid, solidariteit of in welk een kracht dan ook)…hoop is belangrijk.   Hoop is ‘uitzicht’ hebben op…omdat je erin gelooft.  Zonder geloof kan je niet hopen, leerde men ons ; da’s wel juist , maar het blijft gevaarlijk om je op halve waarheden of op dingen die buiten de werkelijkheid staan te orienteren

 

 

 

            Al diegenen die ons voorafgingen zochten naar antwoorden nog voor de kultuur hen die gaf en misschien kon het oudste deel onder hen op een benijdenswaardige manier tevreden zijn met wat de natuur hen bood.   Eén ding is zeker : wat zij ons ooit eens ononderbroken doorgaven, dat is wat wij nu biologisch zijn. 

 

 

 

Als onze geest louter materieel te verklaren is, dan is ook hun geest in een welbepaalde, stoffelijke, genetische betekenis

 

 

 

…niet dood…en proberen zij ons nog altijd die eenvoud van het

 

 

 

natuurlijke en lichamelijke aan te leren.

 

 

 

De spiritualiteit lijkt een energievorm te zijn die aan de materie gebonden is, lijkt soms alleen in het NU mogelijk en soms lijkt het erop dat wij na dit leven verhuizen naar de krachtvelden van al die abstrakte deugden die wij in ‘t leven soms ter versterking aanroepen, zonder ons aan woorden zoals ‘God’ of ‘tijd’ te laten vangen.  Het biologische en spirituele…zijn één met ‘t verleden ;reizend doorheen de tijd .

 

 

 

            De rest van ons, onze leefwereld, onze gewoonten , onze kultuur, hetgeen ik hier nu zeg, hebben we natuurlijk ook voor een stuk van hen ,…maar vooral dat kunnen wij van karakter doen veranderen.  Door lezen, studeren, bespreken, organiseren, alternatieven voorop te zetten, te weigeren, te strijden…enzm.

 

 

 

 Echter… is het nadenken over ‘oorsprong&worden’ misschien zo zwaar dat we gelukkiglijk achter andere bezigheden, idealen of gewoontes wegvluchten kunnen  ?

 

 

 

De materie verwekte het leven,  wij verwekten ‘god’ en wij weten als eersten dat ‘leven’ kan ontstaan door het te wensen.

 

 

 

Deze magie kent misschien geen grenzen, maar laat ons realistisch blijven.  Godgelovigen zeggen dat de schepping , het wensen dus, voor de feiten kwam.  Aan de andere kant van de gedachtenlijn staan de materialisten, niet in de dagdagelijkse, maar in de filosofische betekenis.  Materialisten, niet in de zin van ‘alleen eten en drinken en vogelen’, niet in de zin van ‘het kan niet op’ of ‘om ter meest en nooit genoeg’ of ‘alles voor mij en niks voor een ander’ niet in de zin van ‘nooit kontent’.

 

 

 

Dat zijn verwrongen betekenissen die ,in het andere, van het wensidee vertrekkende kamp, als geestelijke verweerwapens bedoeld waren…en zijn.  Materialisten zien meetbare krachten als oorsprong van hun zijn.  Bij hen is de volgorde gewoon omgekeerd : één materie, twee idee (de hersenen als produkt van evolutie, de hersenen als hoogst ontwikkelde materie, …of toch niet ?  Wordt soms onze geest geboren als onze ziel ‘heengaat’…

 

 

 

Daar zullen we het later nog wel over hebben.  Letterlijk en figuurlijk dan.  We kunnen alleen eigenlijk vaststellen dat ‘zijn’ ‘zijn’ is, aan bijna altijd meetbare krachten gebonden, maar…

 

 

 

Hoe meet je gevoelens…en vanwaar komen je symbolische dromen ?  Laat toch maar wat mysterie over zal je zeggen.

 

 

 

Fysische en chemische wetten hadden hun eigen scenarioschrijver : de drang tot overleven, de aantrekking en afstoting.

 

 

 

Laat al die filosofische dingen ons niet scheiden.

 

 

 

Interessanter dan het zich innerlijk en onderling over die tegenstellingen het hoofd breken is…ontdekken dat de geschiedenis niet in de eerste plaats bepaald wordt door de stimulansen van zij die erover nadenken,  dan wel door de omstandigheden waarin men leeft.

 

 

 

            Vrienden, kameraden, broeders en zusters, desnoods landgenoten ; de mens ; hoe belangrijk en allesbepalend hij zich ook vindt, denkt nog veel te weinig als groep of groter geheel.

 

 

 

Als je de dingen objektief en sociaal bekijkt, zonder overal je persoonlijke vooroordelen op bepaalde personen, instellingen en hun daden direkt in een ‘goed’ of ‘slecht’-kwotering om te gieten ;

 

 

 

Als je achter alles een ‘juiste’ of ‘in die of die omstandigheden tot mislukking gedoemde ‘ontwikkeling naar…’ leert herkennen ; dan ben je op  weg om te kunnen beginnen begrijpen dat de groei van het individuele aan de uitbreiding en verfijning van het kollektieve vastzit…en omgekeerd.

 

 

 

            Hoe hoger de ontwikkelingsgraad en de kwaliteit van het kollektieve, des te groter de individuele koek en de individuele mogelijkheden.  Wanneer bijvoorbeeld meer mensen het belang van een goed draaiende werkersbeweging en de kracht van solidariteit zouden begrijpen, dan zou heel veel mogelijk worden.

 

 

 

Heel veel van wat nu onmogelijk lijkt.

 

 

 

            Te weinigen vragen zich af hoe het komt dat ze zonder werk zitten of waarom er zijn die kreveren en anderen die hun boterbergen of wijnplassen moeten vernietigen…of waarom dat d’enen de wapens maken om er d’anderen weer mee kapot te kunnen laten maken…enz.

 

 

 

            Ze vragen het hun te weinig af, het wordt hen wel eens gezegd, maar het blijft niet bij omdat het allemaal misschien te geleerd klinkt, en vooral omdat het nergens in een groter geheel lijkt te passen.  Aan de basis weet men goed genoeg, ieder in z’n eigen dat men een ander geen werk of geen brood ontgunt.

 

 

 

En de meesten onder ons zijn milieubewust.

 

 

 

Maar dat dingen zoals werkeloosheid, honger, oorlog en milieuverloedering niet alleen met goeie wil, maar met onaangepaste, voorbijgestreefde strukturen en winsthonger te maken hebben…ne keer da je da weet…wat begin je er dan tegen ?  Er is schijnbaar geen tegenmacht aanwezig om die dingen positief te beinvloeden.  En daarom praten we weer eens over ‘t weer…wat natuurlijk ook belangrijk is ; want de zon, het licht…zijn zo belangrijk voor de mens als de manier waarop en door wie de samenlevingen georganiseerd worden voor ons gezamenlijk welzijn van belang is. Niet ?

 

 

 

            Waar hield men ons totnogtoe mee bezig ? Wat zouden wij ons moeten bekommeren om het eten met gouden rijstlepels, als je weet dat er hier bij ons voedsel tekort is en produktiekapacitiet vernietigd wordt.  Moeten wij onze kinderen er op wijzen dat hen een eeuwige straf te wachten staat als ze de paus van Rome niet volgen…of moeten we hen er niet eerder op wijzen dat ze het leven voor hun nageslacht leefbaar moeten houden ?  Wat heeft er nu voorrang : de toenadering , het vertrouwen en de organisatie tussen hen die werken of werkeloos zijn bevorderen en weer iets gezamenlijks in de stadsstraten doen ontstaan…of tegen mekaar blijven propageren dat je er toch niets kunt aan doen ?

 

 

 

Dat is je blindstaren op de problemen zonder naar de mogelijkheden te zien.   Ik vraag het nog eens : wat heeft voorrang :met welk water men mag dopen of water brengen daar waar er geen is ?  Ne pastoor heeft iets gemeen met nen arbeider de dag van vandaag :  het merendeel van de arbeiders heeft ook ‘anonieme’ bazen.  Daarom misschien even deze kleine Kritische ode aan het bijbelboek :

 

 

 

                                                                      

 

 

 

            Jullie allen, atheisten, theisten of weet ik veel :

 

 

 

Alle tisten stopt het twisten, wordt liever artiesten ;

 

 

 

Want wie heeft er nu gelijk over en baat bij het uur of het wie of wat van ontstaan en vergaan …en bij het zeker weten dat het

 

 

 

Vergaan ook hoort bij ‘t bestaan en verder gaan …met de oude bagage die verslijt , maar indien je gedijt zal je worden verblijdt

 

 

 

            Aan god gehechten en zij die zonder zo’n idee of gevoel op hun manier ook gelovig kunnen zijn : zoek naar een bruikbare rede ; want het eeuwige is er voorlopig toch al ; het sluimert in ons allen

 

 

 

            Godsgelovenden denken uitverkoren te zijn.

 

 

 

Hoeveel onder hen en hoeveel anderen weten dat alles in één beweging samenvloeit, doorvloeit, niet hoeft dood te bloeden ?

 

 

 

Hoeveel weten er dat het hersenlijke en het geestelijke vaak intenser dan voelen smaakt ?

 

 

 

            Er was, er is, er zou genoeg kunnen zijn.

 

 

 

Ekonomisch sterken wilden, willen, zullen alltijd meer willen.

 

 

 

Er was, er is er zal altijd het tot zichzelf beperkte bewustzijn van eigen vergankelijkheid blijven.  Moeten wij daarom blijven werken als mieren, zonder ons ook daarin te verdiepen ?

 

 

 

            Wie leidt de strijdt om ‘t bezit van geld, van grootgrond, van werk, van voeding en oorlogstuigen ?

 

 

 

De sterken, de bezittenden dringen zich ‘t makkelijkst op.  D’ afhankelijken organiseren is moeilijker.

 

 

 

Zij moeten blijven kiezen voor mekaar.  Want zelfs de minst beklagenswaardige onder hen die ‘t uiterlijk goed maken, is slachtoffer van de strijd om de sterkste winstsystemen. 

 

 

 

            Hebzucht en doodsbesef baarden doodslag binnen d’eigen soort…daarom mochten zij van die boom niet eten…omdat kennis zich makkelijk door lepe ‘ik-zucht’ manipuleren laat.

 

 

 

       Ondertussen werken d’afhankelijken aan het kollektieve bewuste…van vredesmensen over antirascisten en antifascisten,ecologisten, verdeelde linksen tot en met de mensen van het artsen zonder grenzen oplapwerk en vele anderen allemaal in hun vakjes zonder gezamenlijk programma.

 

 

 

Misschien is er achter het kollektieve bewuste wel niks meer…of denk je dat het idee en het gevoel los van de stof bestaan ?

 

 

 

            De waanzin van angsten, moorden, de tegenstelling tussen eindig door gulzig opslorpen en oneindig doorgeven .

 

 

 

Het afstotelijke van het hebben van teveel ten koste van een ander…los je niet alleen op door te geven, maar door te sleutelen aan  de grote bezitsstrukturen.

 

 

 

De aangeleerde schaamte voor naaktheid van lijf en echte feiten.  De drang om je misschien van kleinsafaan te vaak met de vinger gewezen initiatief dan maar voor altijd op te bergen.

 

 

 

Het lichtzinnige van het geloof in een gemakkelijkere antimaterie…daar waar sommigen hun beurt niet voor afwachten     ...om er te geraken…terwijl ze er in feite al zijn.

 

 

 

Weten ze dan niet dat het allemaal zeker ‘hier’ te doen is ?

 

 

 

Wie zal hen altijd andere dingen blijven voorhouden ?

 

 

 

De mens, die naar de wortels van de boom der kennis groef, werd als Mozes of één van de honderden andere schrijvende zoekers.  Darwin’s Adam’s en Eva’s, voorwaardelijk onsterfelijk…

 

 

 

…leven nog altijd…smullen hun beperkte oneindigheid te verstrooid op…staan

 

 

 

                                   niet stil, denken weinig samen ;                                     …nemen niet in acht…de macht van het samen handelen

 

 

 

…om op termijn alleen het waardevolle over te houden

 

 

 

…mekaar waarden doorgeven helpt het kollektieve vooruit

 

 

 

Het dreigen met hen uit wat hun paradijs zou kunnen zijn, te jagen, helpt nu niet meer…het dreigen met totale vernietiging is de werkelijkheid.  Herhaaldelijk bedriegelijke beterschap beloven, herhaaldelijk slaan, doen beven, doen ondergaan, de zogezegde minsten domhouden…dat kan nooit ten bate van het totale gaan…altijd die commerciele ontspanning, OK, maar niet als nieuwe opium voor het volk.  Al beloofde Hij, door dreigers uitgevonden de aarde nooit meer te verwoesten, de kans zit er in ‘t punt nu…eerst voor ‘t eerst dik in.

 

 

 

Men bouwde een stad, een toren, uiterlijke tekenen om zich gemeenschappelijk te voelen, je kan d’er haast niet buiten.      Het onzichtbare hoofdpersonage der oude bijbelse drijversdreigers, brachten in het oude boek de spraak in verwarring.  Dreigers willen verwarring onder hun onderdanen.  Jammer dat soms, dat bijna altijd, alleen af en toe dreigen helpt.

 

 

 

D’uitstraling van de zich orienterende onderdrukten en hun naar onbaatzuchtigheid strevende helpers’ voorbeeldige kracht, werkend aan een nieuwe aanpak, aan een wereldtaal ; maar wat ben je met een taal in steden en dorpen samen…maar toch gescheiden van elkaar ?  Hoe minder misverstanden, hoe minder systemen, hoe minder tegenstrijdige schijnbelangen.

 

 

 

 

 

 

 

Talen hoeven niet te verdwijnen als je met één taal tussen alle mensen werken kan : de taal van  samen plannen en bespreken, de taal van eerlijk verdelen.

 

 

 

Uit het werk van miljoenen slaven die gehoorzaamden aan honderdduizenden dienaren, die aan duizenden bazenknechten en honderden bazen en tientallen heersers klitten ; groeide het positieve inzicht der eenvoudigsten.  Eerst als er teveel druppels overgelopen zijn en de vonk ontvlamt zal de bezitsvraag vanuit de al of niet rijpe of georganiseerde basis worden gesteld.    

 

 

 

Als de interakties tussen een stresserende ekonomie en sociale inspiratie botsen en als hier en daar , ook ginder en altijd wel ergens persoonlijke vrijheid en durf in kollektieve akties worden omgezet…is geen bezit op termijn zo groot dat het uitbuit.   

 

 

 

Als bevolkingsexplosie niet als een rascistisch argument, maar als iets kontroleerbaars blijkt.

 

 

 

Als uitroeiing om het verschil in bezit en stand en oorlogen om dat allemaal te laten voortduren, overbodig zullen zijn.

 

 

 

Als werk een recht zal zijn.

 

 

 

Als bezit alleeen op klank , kleur , geur , je huis en toebehoren en kleine ondernemingen toepasselijk wordt.

 

 

 

Pas dan zal alle tot dan toe gebruikte sociale inspiratie zijn bekroning hebben gevonden.

 

 

 

Kinderen bevoordelen ten opzichte van anderen, komt het dreigen en scheuren tegoed…heeft de arme jeugd geen recht op eten en weten ?  In de oudste, ‘goedbedoelde’ dreigersroman is rijk zijn een in huwelijksaanzoeken gebruikte zegen.

 

 

 

In de nieuwe, nog beter bedoelde testamenten, die al wat minder drakonisch dreigen…is rijk zijn eerder een handikap.

 

 

 

De goedgepraatte bezitsdrang der OudTestamentische dwazen, zou zelfs menig twintigsteeeuwse ZuidVietnamees verbazen.  Palestijnen en Joden, destijds kinderen van hetzelfde moederlijf, de enen minder machtig, de oudste die de jongste dient, stop met mekaar te willen verscheuren in naam van de eigen elite of de eigen

 

 

 

godsdienst of de eigen nationaliteit…mensen hebben geen nationaliteit en zijn zelf hun tempel wel.  Autonomie begint tussen de werkers aller landen, tussen de buitenmensen of zij die graag tussen dichte bouwsels verblijven, tussen hen die een  menselijke rechtvaardigheid willen.  

 

 

 

            Schrijvers met een kollektief verantwoordelijkheidsaanvoelen beschreven het voortdurend lessen trekken.  De armere wereld verloor zijn rechten aan de nog altijd door dreigers bij hun en hier geleide wereld.

 

 

 

De dag dat die wereld tot macht komt, schudt die wereld het hen door hun en onze superklasse bezorgde wereldjuk van z’n nek…aktieve solidariteit zal het dan ook hier van uitbuiting en gemakzucht moeten winnen.  Het is wel een mooi leven, maar daarom nog geen mooie wereld…en daar zullen we waat aan doen. We zijn er in feite al eeuwenlang mee bezig.

 

 

 

Het kan nog een hele poos duren, maar afgeraken zal het werk dat zich nu al zolang zonder veel volkstoezicht voltrekt.

 

 

 

Steeds vertrekkend vanuit een nieuw stadium, steeds tegen het valse vragen in :  je bent welkom in alle ploegen die die tijd aan ‘t voorbereiden zijn.

 

 

 

De door de eeuwen heen doorgegeven vormen van waan allerhande, nestelen zich nog altijd op de achtergrond van onze dagelijkse ervaringen met anderen.  Een waanidee, een ‘’t is zo en ‘t zal nooit veranderen’gedrag, is zo sterk dat eenmaal het zich in gewoonten ingenesteld heeft, het nog moeilijk aflegbaar is.

 

 

 

‘Het geslacht op aarde behouden…een grootschalige kollektieve bedoening in het oude deel der verzamelde verhalen, aanvankelijk een nationalistisch iets…de individuele tips en de internationale aanzetten zaten tussen de belevenissen en de woorden van vier evangelisten die veel van ene Jezus wisten.

 

 

 

Zij die met het godsidee blijven vechten, en zich een onlichamelijke geest willen toemeten, zijn verstrooid en verdeeld geraakt, ook al heersen ze nog over deze wereld.

 

 

 

Zij die met de rationaliteit vochten en vechten ook.

 

 

 

In allerhande kleuren hun onderverdelingen hebben zij alleen interesse voor het gelijk van de groepen geaardheden die hen steunen.  Rationaliteit is er om soepel te beheersen, niet om te tiraniseren of te verdelen.  Verdelen ? 

 

 

 

Aan de ene kant in blauwe uitbuiters van het individualisme, en in roze en rode en rodere of groene methoden om de individualiteit in het gezamenlijke te integreren.

 

 

 

Verdeeld raken tussen tafels , stoelen , pennen , theorie zonder naar de mensen uit de praktijk te luisteren.

 

 

 

Eender waar systemen en mensen die belangrijke sleutels tot geluk belemmeren, moeten er ook mensen opstaan die die blokkages aanklagen en die mensen met woorden in een greep durven nemen…daar waar die mensen als pionnen de vrijheid van anderen verwateren doen.

 

 

 

Wat is men met een overvloed van intellekt, als het gebruikt wordt om nieuwe elites te vormen ?

 

 

 

Wat is de zin van handelen in onleefbare steden en gebombardeerde dorpen ?

 

 

 

Weg met lompheid, bruut verbaal en ander geweld, met lauwe flauwe kul, weg met op leugens gebaseerde fopspenen.

 

 

 

Wanneer het tij zal keren en het sterkste volk het zwakste niet meer onderdrukken zal, wanneer de slaven zelf drijvende kracht worden, tegen hun drijvers in :  onderdrukten, in hun nieuwe kiemen zelf geen onderdrukkers meer, zullen hun les bij elke nieuwe ervaring beter begrijpen, hun ongevoeligheid voor de door een bepaalde welvaart verzachte geschiedeniszweep naast zich leggen…

 

 

 

iedereen zal pas echt in een nieuwe verscheidenheid delen kunnen…als de pansterbestuurders en de jachtpiloten niet meer meedoen willen…dan…  .

 

 

 

Nochtans…als dagen met arbeid zijn gevuld, luistert men niet meer naar reders of geschreven rede…maar trapt men in de subtiele vallen van de moderne slavernij.

 

 

 

Om waarheid te kunnen verharden, werden en worden miljoenen ervaringen uitgezift.  Om de rede op het sadisme te laten primeren…planning op verkwisting,  overleggen op hakken…om het nuttig gebruik van overschotten in de plaats van het weggooien ervan te stellen…doe je zo niet…dan doodt je de hongerigen…ook al zie je ze niet.

 

 

 

De rede raakt achterop door valse praat en bebberige instinkten , door boulevardpersverslaving.

 

 

 

Een kollektiviteit in beweging rekent best niet teveel op onbezonnen  agressiviteit, vooral op vastberaden leiders, naar eendracht strevende grote bewegingen, solidariteit en kollektiever wordende doelstellingen.

 

 

 

Een kollektiviteit in beweging…dat begint met individuen…dat valt niet uit de lucht en wacht niet eerst op iemand anders.  Goed uitgewerkte en vanuit verantwoordelijkheid opgevolgde afspraken, blijken telkens een garantie voor steeds opnieuw te halen doelen.

 

 

 

Weinig gewoon zijn en dan ineens te veel krijgen, gevolgd door schrokken, uit vrees om niets meer te hebben, brengt op termijn de eerlijkheid tot zwijgen.  Dan lokt de roep van ‘t laten omkopen, de kortste weg naar een bedwelmend teveel, breekt de moed en voedt het onderbewuste in zijn sluipende aanvallen op de kollektieve rede.

 

 

 

Er is geen uitverkoren volk.  Alleen telkens de oppervlakkige verschillen van stam tot stam.  Er is geen uitverkoren mens, alleen telkens die andere uit te bouwen ‘gaven’,andere levensopdrachten.

 

 

 

Eén internationaal ruimdenkend, strikt sociaal- ISME,

 

 

 

Aan geen ras, grens, taal, volk of grootkapitaal gebonden…waar iedereen rustig zijn eigen verscheidenheid aan manna vindt…waar aan het woord ‘kollaboranten van de macht’ geen smet meer kleeft, omdat die macht niet meer terug naar donkere periodes kan en mag.

 

 

 

Als volksaard niet over enge grenzen heenkijken kan en zich onwetenschappelijk achter stoerdoen , zogezegde godsdienst en dwaze zuiverheidsidealen verschuilt, komt met de krisis de kwel van verdrukking weer opzetten.

 

 

 

Men vergeet zo graag echt nobele waarden.  Men leent geld aan de gemeenschap en durft mateloos rente vragen.  Men helpt alleen diegenen die de eigen groep baat kunnen bijbrengen.

 

 

 

Bewust voor stemmenverlies sluit men zich in kwade zaken bij de navelstaarders aan.   Ze verdraaien waarheden en lanceren sensationele, minder sensationele of gewoon valse geruchten.

 

 

 

Ze bouwen een klassejustitie voor de zwarte ridders va, rond de Nijvelse nevelen…of voor de bescherming van de grote geldgabbers.  Ei zo na kneden ze met hun geld onze mening.

 

 

 

Wij hebben erediensten en vedettenkultus, bijna geen politieke vergaderingen ; buiten diegene waar het essentiele meestal onbesproken blijft, noit gestemd wordt.

 

 

 

Samengekomen op onze erediensten en vergaderingen, onmondig, geisoleerd, hopend op het aards of hemels gouden kalf…zien we de ezel in onszelf niet.   Op onze samenkomsten, met uit werkmiddens ontsproten doelen, laat men sommigen toe van ons in blok voor jaknikkertjes van de MISleidende bovenste klasse laten door te gaan.  Men ziet niet het belang dat het openbare voor het persoonlijke leven betekenen kan.  Men lijkt altijd voor een opstand beducht, men volgt de voorschriften van degelijk vergaderen niet.  

 

 

 

Teveel bezitsdrang allerhande, te weinig kansen op geborgenheid voor kinderen.  Teveel narcistische reflexen die ons in ons gezinnetje opsluiten.  Te wantrouwen hebberige mensen.  Teveel ruzie en sleur.  Te weinig doen aan te weinig voldoening.  Teveel verwaandheid, bezit en ontevredenheid, vertrekt van ‘nooit genoeg’ en ‘altijd minder dan een ander’.  Teveel onervarendheid om met het onderste deel van de liefde om te gaan als het allemaal zo moeilijk lijkt.

 

 

 

Noem mij hier terstond driehonderd redenen om in de medemens ontgoocheld te raken.  Als je ze vanuit objektieve, op het positieve gerichtte invalshoeken bekijkt, blijf je niet mopperen en zagen over ‘hij doet dit en zij doen dat en…’

 

 

 

 Maar toch.  Waar er veel in naam van iets objektief goeds bijeen zijn, komen er desondanks veel, toch meer en meer bereidwilligen in hun midden.  De goochelaars in valse bekwaamheid,  zij die anderen minderwaardigheid voorschuiven, snoeren mondigheid en kunnen zonder replieken met hun gepast gehanteerde ondeskundigheid, blijven bewijzen dat ze nog niet aan vervanging toe zijn.  Nooit zwijgen wanneer je vindt dat je iets afkeuren moet, de momenten waarop je dat kunt zijn immers nog veel te schaars.  Vanaf nu zijn volwassenen meer dan ooit kollektief verantwoordelijk voor oorlogen, epidemieen en werkeloosheid die hun kinderen op wereldschaal overkomen.

 

 

 

En toch…ondanks sommige duidelijke, nooit door de machtigen uitgelegde tekenen, gelooft een stuk van ‘t volk niet met inzicht in de macht van rede en verantwoordelijkheid.

 

 

 

Ze kunnen er niet in geloven, ze krijgen er de kansen niet toe ; zo bouwt men zich een harnas van gedachtenloze gemakzucht, …want anders sleurt de paniek, de stroom van de pijn van het nietvolledig zijn, sommigen onder ons mee.

 

 

 

Het kollektieve asociale kan voorkomen worden door leiders doelmatig te kontroleren en ter verantwoording te roepen…door jezelf ook voor medeverantwoordelijk te houden.

 

 

 

Het asociale werkt nefast, de twijfel straft zichzelf totdat je alles hebt uitgezift en het voornaamste overhoudt.

 

 

 

Indien niet gegrond, is klagen giftig.  Klagen kan alleen met de bedoeling aandacht voor positieve veranderingen te vragen.

 

 

 

Verandering, niet om met schijnbaar sleur geworden goede gewoontes te breken, niet om enge belangen zo vlug mogelijk in vervulling zien te gaan.

 

 

 

Laat de superde-luxeverlangens van de klasse-aan-de-top niet toe dat ze de klasse-aan-de-dop meesleurt in haar gevechten om hun konkurrenten zelfs militair weer mee te helpen verscheuren.  Op momenten, tijdens jaren dat de meesten het alweer vergeten zijn…steekt, ‘uit het oog verloren’ het stinkend oorlogsbeest weer de kop op vanachter zijn bedriegelijke maskers.  Hoeveel doden moeten er nog vallen vooraleer de Zuid-Amerikaanse en ander nazis zijn uitgeraast en hun rechtse gelden opgedroogd ? 

 

 

 

Wie maakt er vandaag echt gebruik van feiten en bronnen en studies over het nog in recente vorm aanwezige verleden ?

 

 

 

Hoe vaak ervaren wij ons leven als een persoonlijk en gezamenlijk innemen van standpunten in sociale organisaties.

 

 

 

Zijn wij er ons van bewust dat het politieke, sociale en ekonomische bepaalde voor de maatschappij als geheel bepaalde negatieve wetten volgt ?  Voor wie zijn wij zwijgzaam  en spaarzaam met onze mening ?  Zien wij nog de waarheden achter armoe en glitter ?  Vanwaar komt die maatschappij bij ons en in andere gebieden ? 

 

 

 

Naar welke maatschappij willen wij samen evolueren ?  Want niets staat stil.   We moeten de geschiedenis leren zien als ontwikkellingen die in het sociale  hun bekroning zoeken en vinden.  Welke mechanismen veroorzaken nog steeds oorlog, milieuvervuiling, onderontwikkeling, bewapening, honger, uitbuiting, verpaupering, analfabetisme…en  commerciele kulturele overheersing ?

 

 

 

Wat zouden christelijke en socialistische en nog andere werkers al 100 jaar lang niet kunnen bereiken hebben indien ze niet gescheiden gehouden waren ?  Indien ze meer internationale toenadering hadden gezocht.  Indien ze de superklasse die hen hun werk ontnam of onderbetaalde schaakmat hadden gezet i.p.v.voor hen gaan te vechten ?  Hebben wij niet teveel vertrouwen in een soort hemelse goeie gang van zaken ?  In de uiterlijke kunstmatige glans van alles en iedereen die ons mee in het zog van het grootGapitaal zuigen ?  Ons verfijnen kunnen we alleen als we de menselijke domheid blijven bestuderen.  Leven we niet in een samenleving waarin we mekaar meer op de hielen moeten zitten dan dat we mekaar kunnen helpen    Hoe kan dat veranderen    Alleszins niet zonder een gepaste, op het overkoepelende ingestelde mentaliteit en organisatie.           Alleszins niet door ons op onze vele verschilletjes in bezit , graad en gezag vast te pinnen.  Alleszins niet zolang er op het initiatief tot beginnen spreken precies een hypotheek rust. 

 

 

 

Eeen groep mensen over een belangrijk iets uit hun schelp krijgen is veel moeilijker dan alles in z’n gemoedelijke koffiezetplooien te laten liggen.  Moeilijker dan alles een opgedrongen gang te laten gaan.  Hoe komt het dat onze vrije tijd niet voor een stuk een lees-denk en vormingstijd is ?

 

 

 

Naar welke soort maatschappij wil de leidende klasse toe ?

 

 

 

Naar een gouden-kalfsyndroom voor een elite, gedragen door miljoenen die zulks ieder voor zich willen bereiken ?

 

 

 

Iemand met super-de-luxe dromen gelooft niet dat het kapitalisme eigenlijk een veel middellen verkwistende lintworm is.

 

 

 

En over wat er met het socialisme aan de hand is, en in welkstadium dat zich momenteel bevindt…daar hoor je in welk stadium dat zich momenteel bevindt…daar hoor je natuurlijk niet teveel positiefs over.  Bovendien plagen wij onszelf teveel met een aantal vooroordelen die onze eigen sociale en psychologische onvrede moeten wegcijferen.  Vooroordelen en zich laten domineren door alles en iedereen komen soms ook beter uit voor persoonlijk willen hebben dan om gezamenlijk te willen zijn.

 

 

 

Vooroordelen zijn niet alleen een gevolg van passiviteit en berusting omdat alles toch zo complex in mekaar zit, maar ook een gevolg van alle negativiteit en emoties die we door moeten.  Waarom zouden we onze kollega’s als konkurrenten beschouwen ? Vooroordelen zijn een gevolg van een gebrek aan kennis en bewustzijnsgraad,  nodig om het geheel der toestanden en gebeurtenissen te kunnen blijven overschouwen.  Vooroordelen zijn er om de enge voordelen te kunnen behouden.

 

 

 

Slechts door een linkse ontleding van situaties, een op de belangen van de werkers (arbeiders, bedienden, boeren , zelfstandigen, KMO’s)gerichtte uitgangspositie, krijgen vooroordelen geen kans meer.  Pas dan wordt kennis strijdbaarder dan vooroordeel.

 

 

 

Kinderen, jullie nieuwe dragers van het leven, jullie zijn niet gebaat met een vervalste geschiedenis.  Hoe kunnen jullie je echt goed in ‘t heden voelen , als dat heden jullie niet wordt uitgelegd als een stap naar een te richten toekomst toe ?

 

 

 

Gaan jullie je ook laten verdelen ?  Of zullen jullie de oneindige voordelen van zich achter objektieve bronnen aaneen te sluiten inzien ?   Wijsheid, hoe zwaar ook aan moeilijke omstandigheden gebonden, blijkt achteraf eerst een vooruitgang te zijn.  Wijsheid kan eerst beginnen , daar waar men door ervaring hernieuwd doorzicht hebben blijft.  Waarom moet lijden altijd eerst voor de wijsheid, de mankheid van strukturen aantonen ?  Rechtvaardigheid, geboren uit de kracht om het onbeholpene de wereld uit te helpen…moet stillaan vlugger vooruitgang boeken…mag niet meer achteruitgaan.

 

 

 

Temidden van al het ongelukkige , nieuwe levenskansen scheppen, tweemaal beter af zijn, eenmaal materieel, eenmaal psychologisch.  Beseffend dat  deze inzichten in de eerste plaats kollektieve erfenissen zijn ; erfenissen die ik tracht onder woorden te brengen , dank ik jullie voor jullie aandacht…en wens ik jullie veel kracht om  op deze inzichten blijven verder te bouwen.

 

 

 

 

 

 

 

de redenen waarom de mensheid zijn lot met de waarde vh geld verbindt

 

 

 

            Deze redenen zijn niet alleen van objektieve aard; waar ik mee bedoel; verbonden aan de objektieve bestudering van de geschiedenis als wetenschap; met name het verband tussen de verschuiving van sociale verhoudingen van mensen en maatschappijen temidden hun evolutie van landbouwgemeenschap naar industriele samenleving.

 

 

 

            Ook velerlei subjektieve redenen liggen aan de basis van het feit dat geldverhoudingen zoals loonarbeid en handel (warenproduktie) , de dag van vandaag anno 2002 nog immer bestaan.  De kapitalistische zweep dreef de materiële vooruitgang verder en verder maar de prijs die ervoor betaald wordt vertaald zich nog immer in oorlog en armoede en voor een stuk ook in intellektuele en kulturele leegte. 

 

 

 

            Met subjektieve redenen bedoel ik in feite alle negatieve emoties en alle soorten materiele levensomstandigheden die de mens gevangen houden in zijn isolement als individu en loonslaaf, al die honderden oorzaken die hem beletten van  op basis van klassesolidariteit tot een eenheid van handelen en denken te komen. 

 

 

 

            Ook de valse verdeling tussen allerlei godsdiensten en andere levensbeschouwingen komt de mens in ’t algemeen filosofisch maar niet te boven en dompelt hem in een soort nihilistische leegte.  Zaken zoals de man-vrouw-relatie en de zin van het leven of het mysterie van eventueel leven na de dood brengen hem in eindeloze verwarring.  Verwarring die vaak alleen met het materiele en simplistisch populistische en niet met het intelektuele opgevuld wordt.

 

 

 

            Een konkrete beschrijving van m’n leefwereld kan dit misschien illustreren.

 

 

 

 

 

 

 

Een telekommunikatiefirma te lande

 

 

 

            Waar zal ik mijn verhaal laten vertrekken ?  Met een oud-directeur die zowel in de eerste als tweede wereldoorlog verzetstrijder was en in januari 1944 doodgeschoten werd ?  Of vertrekkend van mijn eerste buro-ervaringen ? Hoe ik daar geraakte ? 

 

 

 

            Hopelijk komt er ooit een samenleving die iedereen werk en inkomen kan verschaffen...zonder dat je konstant moet bezig zijn met de zoektocht naar werk...als naar een schaars voedsel.  Een samenleving waar de vrije tijd ten andere belangrijker dan stresserend produceren zal zijn. Trouwens, de verhandeling waarmee ik in 1979 in Gent als 32ste op 9000 deelnemers eindigde, ging over het thema 'vrije tijd'. 

 

 

 

Stel je voor, al die duizenden afgestudeerden of mensen die wilden promoveren, die over een paar zittingen gespreid voor enkele schaarse honderden jobs konkureerden.

 

 

 

Het was niet voldoende dat je op school een diploma had gehaald, nee overal, zowel in de private sector als in de publieke kwamen er nog een soort afvalllingswedstrijden aan te pas. Allen wilden 'correspondent' (het equivalent van 'opsteller'bij de ministeries)  worden.  De jobs waren zeer begeerd vanwege hun vaste statuut. Zo'n statuut was een overblijfsel van de sociale strijd en de toegevingen die de Staten uit schrik voor de sociale bewegingen deed.  Zo konden de konservatieve burgerlijke partijen aan een soort politieke 'klantenbinding' doen.

 

 

 

Ik had al wel gemerkt dat het  examen voor een job bij een naburig gemeentebestuur waar ik aan meedeed alleen schriftelijk een sukses voor me was.  Er volgde geen mondeling examen.  Van zodra er echter iemand aangeduid moest worden, had je schijnbaar politieke steun nodig.  Dat ik bereid was om te verhuizen hielp zelfs niet.  Iemand die achter mij gerangschikt stond kreeg de job.  Ik bevond me in dezelfde situatie als miljarden anderen met mij.  Je bent pas getrouwd en wil een huis huren of bouwen en een gezin stichten en zoekt een inkomen.  Daar wij aan 't bouwen waren en het familiebedrijf door makroekonomische omstandigheden niet  alle broers en zusters en neven en nichten aan een inkomen helpen kon, vond ik het raadzaam het spel van de wereld van de machtigen te ondergaan en zei ja toen een simpele militant, gemeenteraadslid van een andere gemeente me zijn 'steun' en die van het 'sociaal-democratisch’apparaat aanbood.  Zo zat ik dus een tijdje erna op mijn eerste 'mondeling' examen.

 

 

 

Als eindwerk voor mijn humaniora had ik het thema 'Japan' genomen omdat ik er een boek over had gelezen.  Dus voor dat onderdeel van het examen wist ik meer dan de jury die uit een directeur-generaal en nog een drietal mensen bestond.  Later vernam ik dat die directeur veel rond de oorlogsmiserie van het dorp vanwaar ik kwam wist.

 

 

 

Had hij misschien ook Waltere Dewee nog gekend ?  Toenertijd had ik nog geen ervaring met het feit dat directeurs een bepaalde kleur als politieke achtergrond hadden.  Diegenen die nu, anno 2002 beweren dat dit nu niet of veel minder het geval is, denken best eens dubbel na.  De managers die zich de dag van vandaag niet tot een politieke kleur bekennen, hangen in veel gevalen allemaal de supervrijemarktideologie aan...uiterlijk altans, ze hebben weinig keuze, en wat maakt hen dat...'neutralen' zeker ?   Sommige vakbondsbonzen en de kleine kringen rond hen profiteerden ook van de overgang van het oude Staatsbedrijf naar het reeds halfgeprivatiseerde Belgacom.  Zo werd een roze topman grote baas op de Human Resources (de oude personeelsdienst).  Toen hij later bij een andere maatschappij nog meer wilde verdienen door daar mee aan het banensnoeien te werken, snoeide men hem uiteindelijk zelf.  Zo'n mechanisme van 'doe niet aan een ander wat je zelf niet graag hebt',  in een wereld van 'wie kent wie' zorgt soms toch al eens voor een klein beetje symbolische rechtvaardigheid. 

 

 

 

            Terug naar toen.  Ik kon dus aan  beginnen, op het hoofdbestuur, departement Public Relations.  Doch, wat bleek ?  Eerst een scholing van drie maanden en dan een schriftelijk en een mondeling examen.  Ik slaagde voor het schriftelijke examen en in afwachting van het mondelinge werkte ik na mijn dagtaak druk voort aan de bouw van ons huis.  Ik begreep eerst echt niet waarom ik voor het mondelinge examen zakte.

 

 

 

 In de wandelgangen van de Paleizenstraat waren er al wel mensen die al eens een taboe dierven doorbreken en me vroegen of ik al bij een vakbond aangesloten was.  Bleek dat dat voor een mondeling examen wel belangrijk kon zijn.

 

 

 

Ah zo.  Ik sloot me na het schriftelijke herkansingsexamen, waar ik weer door was,bij een  vakbond aan.  Achteraf werd me duidelijk dat van iedere, toen represantieve vakbond er één belangrijke figuur in de jury zat.  Beide grijzende heren, zowel de kameraad als de 'broeder' behandelden me een beetje vanuit de hoogte; zo'n beetje sadistisch, we gaan die hier eens een beetje pesten die jonge gast.  "Hoezoe...je interesses zijn de Public Relations  en de Informatica...wat weet gij daar nu over jong...zever niet."  Bon...na die symbolische slagen slaagde ik er toch in te 'slagen'.  Later werd me een bepaalde uitspraak van een blauwe sektiechef tijdens onze scholing duidelijk.  "Je moet niet voor die examens studeren, men zal er jullie wel doorlaten", zie die kerel.  Later begreep ik waarom.  Zijn kleur zat niet in de toenmalige regering en de klas waar hij voor onderwees zat vol oranje en roze partijbeschermelingen.  Dus feitelijk kon het hem niks bommen dat we er zouden doorraken en amuseerde hij zich subtiel met zand in de machine van de konkurrenten te strooien.  Van zodra zijn vakbond represantief werd zou hij zich, af te meten aan zijn latere promoties, ook met  het zich specialiseren in koehandeltjes tussen

 

 

 

                                                                      

 

 

 

partijen en bonden bezig houden.  Met als toppunt van sarcasme dat de toppen van de bonden zeer bedreven leken te zijn om ons gewone leden of afgevaardigden en anderen via bepaalde, ‘gebruikte’ delegees tegen mekaar op te zetten.  Als er al eens van boven georchestreerd gestaakt werd en er werd iets gewonnen dan was dat altijd niet dankzij de andere vakbonden...want die en die hadden bij het overleg maar dat of dat voorgesteld.  Als er al eens een algemene staking kwam was dat bijna altijd omdat de ene of de andere kleur weer in de regering wou.  Namen van individuen en partijen en gebeurtenissen...je kan ze zelf natrekken in annekdoten en geschiedenisboeken.  Hoe meer ik merkte dat iemands persoonlijke leven door een hoop stomme mechanismen bepaald werd, hoe meer ik me voor de geschiedenis intereseren ging.  Hadden wij, zelfstandigen en werkers de leidende klassen die wij door ons gebrek aan politiek bewustzijn verdienden...of waren die leidende klassen gewoon de lakeien van die bezittende klasse die niet voor een inkomen hoefde te werken ?  Wanneer ging die bezittende klasse ons en het deel van de wereld dat er pas erg aan toe was eens op een normale manier in welzijn en welvaart laten delen zonder aan het eigen groepsbelang en subgroepsbelang te denken ? Was zo'n uitgangspunt eigenlijk wel haalbaar zonder gans het systeem in vraag te stellen ? …en je eigen baan te verliezen en te ‘marginaliseren’ ?

 

 

 

            Het was in die tijd in Brussel dat de oude wijken aan het noordstation nog maar

 

 

 

enkele jaren na vergeefs verzet platgelegd werden om een stuk van Brussel in een meer New York-achtig landschap om te toveren.  Jaren hebben er bouwgronden die als speelterreinen konden dienen, braak bijgelegen.  De kleine rechtse kringen rond een saucissenkoning die later premier werd en wiens entourage later in veel schandalen vernoemd werd en tot op vandaag gerechtelijk beschermd wordt, besliste over hoe, wat, waar, wanneer, met wie en hoeveel.  Het was die periode in ons aller geschiedenis waar de eerste zaden voor roze balletten en Nijvelse bendes of zelfs wraakroepende kinderhandel… wortel schoten.

 

 

 

            Mijn eerste bureauervaringen. Als je het werk in een familliebedrijf gewoon bent, weet je waar je aan toe bent.  Of je nu fruitkisten in vrachtwagens stapelde of de fruitplantage onderhield  of opruimde of de boekhouding deed of naar de groothandelsmarkten en veilingen reed of de dieren verzorgde...je had altijd werk en wist dat je als een team vanzelfsprekend op mekaar rekenen kon.  Je had genoeg aan de buitenlucht en het werk dat rechtstreeks, zonder te veel omwegen, nuttig was.   Je hoefde je niet te vervelen en de stress was nog te doen.

 

 

 

Zoniet in een steeds kleiner deel van de oude staatsstrukturen en in de overgestresseerde privésektor.

 

 

 

Wijze leidingevenden in een bedrijf zijn stipt en objektief en zorgen voor discipline en geen te grote werkdruk. 

 

 

 

De staatsstrukturen en privémanagers gunnen hun echter weinig kans daartoe.  Privémanagers bij de Staat gunnen zichzelf wel riante ontslagpremies…waar zelfs de politiekers en de supervoetballers jaloers zouden kunnen van worden.  Wij moeten dat allemaal maar aanzien en geen afkeer van de politiek krijgen.  Amaai .

 

 

 

Maar terug naar den buro. Aan de verscheidenheid van de karakters en hun positieve en negatieve eigenschappen , lag het niet dat het geheel van onze taken op een te burokratische manier aan mekaar geweven werd.  Die te logge struktuur van teveel leidinggevende tussenposten heeft het vroegere staatsbedrijf  gedeeltelijk aan het technologisch vernieuwde, maar sociaal verarmde Belgacom doorgegeven.  Op de manier waarop het management nu met de voortdurende herstruktureringen bezig is, kost hun job nog wel een dag hun kop.  De klant werd een goedkopere telecommunikatie voorgeschoteld, maar betaalt nu veel meer dan weleer.  Bedankt oh zaligmakende konkurrenten...die zich toch allemaal zo gretig bij het grootste monopolie inkopen willen. 

 

 

 

Wat een absurde wereld...we hadden een monopolie en werken nu terug in de richting van een monopolie, maar dan één waar de winsten naar de beleggers versluisd worden.  Toppunt van absurditeit : de leiding van de bonden die al vijftien jaren om de haverklap in hun pamfletten de verdediging van de openbare diensten promoten en zich nu in woelige vergaderingen; nu alles toch bijna zo ver is; als voorstanders van de 'onafwendbare' liberalisering bekennen.  Zij, in onze sektor haast voor het leven benoemd, hun weddes door het bedrijf betaald.   Hun bestaansreden was en is het zich nestelen in hun door de staat en privéeigenaren toegelaten cocon van zo weinig mogelijk doen...ten koste van al de mensen die het eigenlijke werk moeten doen.  Hebben wij ons dermate aan de levensstijl van de upperclass gespiegeld, dat wij door onze politieke inaktiviteit echt zo'n leiders voortbrengen ?

 

 

 

Blijven wij echt stresserende werkomstandigheden en absurde toestanden en de wereldwijde onrechten aanvaarden om een geweldige materiele levensstandaard kunnen aan te houden ?  Hoe lang kan ons enig sociaal streven nog zijn van een zo goed mogelijke ontslagregeling af te dwingen voor de enen en mekaar om werk te bekonkureren voor de anderen.  Diegenen die het ritme volhouden, de ‘ sterke schakels ‘van vandaag zijn meer en meer de depressies en familiale moeilijkheden van morgen.  Een geheimzinnige kracht, de kracht van de gulzigheid ten bate van de geldmagnaten stuwt dit proces naar overproduktie naar ongekende tegenstellingen   Wachten we met z'n allen op  het overkookpunt waarvan we de nieuwe oorlogen en armoedebubbels vanuit onze welvaart al wel zien opborellen ?  Volgen we weer meer en meer het nu ‘beschaafd’ gebrachte rechtse gedachtengoed (al of niet links verpakt) of leren we van de lessen van de echt linkse mensen en groepen ?  Maar vooral : wanneer gaan we beseffen dat we ook zonder de door het kapitalisme en de staten opgelegde discipline zelf eerlijk produceren en verdelen kunnen ?  Wanneer gaan we de juiste taktieken vinden om ons eigen 'gewonemensenprogramma' internationaal ter stemming voor te leggen en daarna internationaal verkiezingen voor de dirigenten van onze verschillende projekten te houden.  Voorlopig is dit een utopie, maar de toestanden en gebeurtenissen die deze woelige wereld nog voor de boeg heeft, zullen diegenen die alleen nog de klassieke partijverkiezingen en vakbondswegen willen bewandelen en diegenen die de pers van de machthebbers en hun methoden napraten en navolgen ;ofwel tot een machtsgreep in hun oude strukturen of een breken met de oude strukturen dwingen. 

 

 

 

            Decennialang bestookt de moderne media ons met allerlei verschrikkelijke toestanden zonder een logische verklaring ervoor te geven.  Ze willen echt de machtigen der aarde niet choqueren of ze liggen misschien zelf buiten.  Buitengezet door hun minister of privémanager.

 

 

 

Al hebben enigszins progressieve kranten soms de verdienste om bepaalde wanpraktijken aan te tonen, veel ruimte voor een politiek alternatief  buiten dit systeem wordt nog niet ingenomen door de linksere berichtgeving van de ideologisch verdeelde uiterste linkerzijde van het apparaat.

 

 

 

Die linkerzijde borduurt dan nog voort op al het oude dat door de rechterzijde in stand gehouden wordt.  In concreto betekent dit in ons dagelijkse leven een aantal simpele dingen.

 

 

 

            Als je ziek bent moet je een door een papierenberg om alles in orde te krijgen.  

 

 

 

            Recht op werk is er alleen voor wie flexibel en stressbestendig is.

 

 

 

            Op uitkeringen wordt bijna altijd bespaard. 

 

 

 

            Huurprijzen zijn alles behalve sociaal.

 

 

 

            Staatsbedrijven en openbaar bezit  worden uitverkocht…het heeft zelfs geen zin er nog op te richten of in stand te houden…in een internationale context zouden ze toch niet kunnen konkureren.  Daarom moet alle grootschalige produktie en dienstverlening eerst per projekt in één organisatorische groep; internationaal worden ondergebracht.

 

 

 

            De inning van belastingen is veel te complex.  Zowel op gemeentelijk als op

 

 

 

nationaal of internationaal vlak.              Voor elke openbare dienstverlening kan er gewoon een bepaald percentage van het loon aan de bron afgehouden worden…voor iedereen gelijk.   Zo zou eventueel iedereen in feite ‘gratis’ kunnen reizen, telefoneren, onderwijs genieten, … Je kan dit systeem uitbreiden met nog veel meer.  De staat zou dan via de lonen die door de banken betaald worden rechtstreeks aan inning en uitbetaling kunnen doen. 

 

 

 

            Het onderwijs besteed te weinig aandacht aan filosofie en psychologie en geschiedenis…en kan daarom ook geen duidelijke motivatie aan de jeugd doorgeven.

 

 

 

            De spekulatie laat enorme bedragen in rook verdwijnen en schept torenhoge inkomens voor hen die het niet meer nodig hebben.

 

 

 

            Wereldwijd zijn investeringen in landbouw, onderwijs wonigbouw, infrastruktuur en ekonomie in arme gebieden nodig en toch slagen de kapitalistische investeerders er niet in om NODEN EEN OPLOSSING TE BIEDEN.  Waarom zouden ze ?  Hun geld brengt toch genoeg op via verzekeringen en andere beleggingen.  En als niets meer opbrengt kreeren ze via de klassieke politiek maar meer markt voor de wapenekonomie, drugs  enz…

 

 

 

            Zij die het voorbijgestreefde van het systeem doorhebben en hier en daar plaatselijk, nationaal en toch ook al internationaal initiatieven nemen; zij die dus tegenwerk bieden, worden teveel door het gebrek aan het bewustzijn en durf van anderen  gedwongen  van zich bij de macht van de geldmaatschappij neer te leggen.  Ze organiseren een fuif en betalen taks om muziek te mogen spelen.  Ze hebben een hekel aan reklame en toch zijn er geen radio of TV-zenders met alleen maar reklame voor die die er niet genoeg van kunnen krijgen.  Ze zijn levenslang op zoek naar een job en inkomen, en worden van de ware zingeving die het leven te bieden heeft afgehouden.  Vandaar de vlucht in pepmiddellen van velen.

 

 

 

            Wij hebben genoeg van overbodig werk en fake jobs.

 

 

 

Net zoals diegenen wier emotionele problemen door het leven in dit grotegeldsysteem nog versterkt worden dreigen ook zij fatalistisch te worden.

 

 

 

Hoogtijd voor filosofische en politieke herbronning dus.

 

 

 

 

 

 

 

We nodigen  jullie allen uit om hieraan deel te nemen.  Een sein volstaat.

 

 

 

We zijn het aan onszelf en iedereen verplicht van een halt toe te roepen aan oorlogen en armoede; aan stresstoestanden en sluitingen à la Sabena, Renault, Fiat, Ford…

 

 

 

Laat ons onszelf verenigen en alle absurde toestanden afbouwen.

 

 

 

            Iedereen die werkloos of werkend, studerend of gepensioneerd, meer wil bezig zijn dan met zijn eigen totaalsituatie alleen; kan ons hiervoor kontakteren. 

 

 

 

Via studie en dialoog willen we een nieuwe werkmenskultuur laten geboren worden.

 

 

 

Heb je een goede pen of kan je componeren of schilderen....of heb je een pak ervaringen waar je geen weg mee weet…kom maar af…dan kunnen we het samen over jouw ervaringen en deze en andere teksten en de onderwerpen in de bijlagen bovenaan hebben.  Zoals de volgende mail die ik aan Italiaanse call-center-mensen stuurde :

 

 

 

            From 13 CCENTERS 3 CLOSE. The operators move to other cc; farther away from home .  Only the once closing striked for 3 days. I myself on a national meeting of the red social democrat union was told that if I did continue to defend the not-closure of any callcenter he  (the national president) would phone security to have me thrown out of the unionbuilding in  Brussels place Fontainas. Six months earlier the building we worked in who was property of the State was sold...so we had to get out. The union never reacts and plays the same game as managment. The only thing they did was obtaining 7O percent from their wage when people starting from 49 YEARS OLD accepted to stay at home. Ten years ago the Belgacom telecomcomp from belgium counted 26000 workforce First 6000 WENT Now another 4000 I'm 46 AND as a supervisor I will have to look for another job in my own company...but I think there aren't any? So I will have to travel from one place in

 

 

 

Belgium to another to fill the gaps like in an interimburo. Positive news is that recently the callcentermanagers hired 14 interims for two weeks, thinking of giving them another contract for some months more afterwards. These peolpe,with universitydiploma's all refused after two weeks...they had never seen such workingconditions before./8!!!!!

 

 

 

The whole world should refuse to work as a wage slafe...it will be the only sulotion in the end.  But the world is based on the fear of the individual to lose his job. It is this fear that I want to find a way of overcoming it on a large scale

 

 

 

Give our regards to the italian workers. 

 

 

 

We understand each others misery. At Belgacom only official leaflets are alowed

 

 

 

WHile striking they interviewed me for the radio. Next morning at the picked line the local

 

 

 

secretary of the red union said in public to me that if I did not watched what I said the firm would throw me out and that the union would not defend me. The strikers could not believe this was really happening to me and I got their support. But the next day the national unions had signed the deal

 

 

 

octo

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

'inlichtingen'- annekdotes

 

 

 

Nog een jaar en ook in Belgie komt de stemkomputer er aan.  Het heeft geen zin hem stuk te slagen zoals de textielwerkers destijds met de weefgetouwen probeerden.

 

 

 

Hopelijk mondt de menselijke geschiedenis uit in een sociale organisatie waar zinvol en menselijk werken gepaard gaan met alles wat de cultuur ons aan intelektuele en psychologische zelfverrijking te bieden heeft.

 

 

 

Weer verdwijnt een stuk menselijk kontakt met het werk; waar het vroeger bij de weefgetouwen om het contact met de grondstoffen ging; ligt het verlies vandaag in het geval van de inlichtingen in andere dingen : het plezier dat je kunt doen om iemand aan een nummer te helpen en de woordspelingen en annekdotes die het werk soms meebrengt.  Over eventuele sociale implikaties gaan we het even niet hebben.

 

 

 

Al zou de computer 70 percent van de inlichtingen kunnen vinden; wat we betwijfelen omdat hij bijvoorbeeld geen ziel heeft om dialekten te verstaan en zich in finesses in te leven; toch zal hij volgens ons een pak foute nummers gaan afgeven.

 

 

 

Als wij al eens een verkeerd nummer op een dag zouden geven of iets niet vinden, kan je dat aan een stresserend moment wijten of aan de database; de toekomstige fouten van de stemkomputer zal je kunnen wijten aan het gebrek aan echte dialoog : U praat toch ook niet met uw rekenmachientje over die bakker die waarschijnlijk Rudi noemt en ofwel in die of in die straat moet wonen ?  We gaan niet het teveel aan werk; maar vooral de annekdotes missen. Het onder de mensen zijn.

 

 

 

 

 

 

 

Hier volgt een overzicht van het laatste half jaar aan opmerkelijke klantkontakten :

 

 

 

 

 

 

 

-"Kan je me het nummer geven van...onzen hond heeft een stuk van den telefoonboek opgenknabbeld", spijtig dat je dat niet kan antwoorden met 'geeft dat beest eten', maar de binnenpretjes maken dat goed.

 

 

 

-"geef me eens het nummer van dokter Kiekens, want ik ben hier aan 't kotsen"

 

 

 

-"ik heb hier een nummer in Antwerpen dat met 031 begint, welk is het nieuwe nummer ?" Al heb ik nog een boekje van voor 1975, ik heb het er zonder gevonden.

 

 

 

-"ik ben een oud menske van 94 jaar en ik zou graag het nummer van Radio Donna willen"

 

 

 

-"heeft U mij het nummer van zaadhandel Pieterpikzonen in Holland " ?

 

 

 

- een Oostvlaming : "het nummer van de Gentse GGGeftrucks aub

 

 

 

-"ik moe dat veldrijden opnemen van menne vent en den televise es kapot menierre"

 

 

 

-na een tijdje zoeken "exkuses, het es ni de ezelstroate, moa de mezenstroat"

 

 

 

-wat niet stukkan :klant die én dronken is én in een lawaaierig café staat én met z'n gsm bel

 

 

 

-"ik zoek Frank Tytgat en heb geen tijd gehad om in de telefoonboek te zoeken"

 

 

 

-'heeft U mij het nummer van het kantoor 'Pycke en Leenen' 'Is dat een bank Mr ?'

 

 

 

-'het nummer van motorclub De Ronkers' aub'

 

 

 

-"Smeerebbe , ligt da bij Vuylsteke mijnheer"

 

 

 

-op de achtergrond achteraf 'da was es ne vrindelijke meinsch'

 

 

 

-opmerkelijke famillienamen : Grietje Schoonooghe en Naaktgeboren

 

 

 

-minder aangenaam : "menne zoon heeft kanker en ik zou es willen babbellen"

 

 

 

-"Ik versta U niet, wacht, ik zal menne stofzuiger afzetten voor ik er over val"

 

 

 

-kinderstem : "hoe moet ik een condoom aantrekken?"

 

 

 

-"Ik loop op krukken en kom altijd te laat aan de telefoon""Met een twist op zak; bent U nooit meer alleen mevrouw"; had ik willen zeggen, maar formuleerde het toch maar even anders

 

 

 

-"spel eens even aub" "..met de E van Isidoor"

 

 

 

-"waar is dat mijnheer?" "waar ? ge gaat hier nie beginnen zeveren eh"

 

 

 

-"weet gij soms de nummer van de barbecue vd wielerbond"

 

 

 

-reaktie op een niet gevonden nummer "Metteko!"

 

 

 

-1204-oproep; eerste en laatste woord wat klant zegt "Klootzak", 'bijgedachte operator 'dat kost U dan 2euro om me te beledigen idemdito'

 

 

 

PS 95percent vd klanten zijn fijne mensen

 

 

 

-"Ik zoek de Drie Biggetjes in de Zeugsteeg" Bestond nog wel

 

 

 

-"Het nummer van El Warda""Waar da""ehwel El Warda","maar waar dat"

 

 

 

"eh wel ik zeg het toch El Warda"enz enz werd vervolgd

 

 

 

-Gewoonlijk belt men vanin een lawaaierig kafe voor een ander, ditmaal 'het Hemelshuis', niet gevonden, dacht 'alleszins niet waar dat gij zit'

 

 

 

-iemand vroeg 'de nieuwe beer'maar wist niet of het een varkenshouder of cafe..

 

 

 

-"het nummer van mijne vriend Gerard de Vogelaer in de Denayerstraat

 

 

 

-"autokerkhof autoterminus"

 

 

 

-"ne nummer om mijne poedel te scheren zou ik willen hebben"

 

 

 

-"textielwinkel Dat is tof"

 

 

 

"het is in de Gregoire Hartenstraat of de Gregroire Ruitenstraat, ik zou het begot niet weten"

 

 

 

-bruiloft:  "ik had vandaag moeten trouwen maar mijn madame is weggelopen, as ge ze kunt vinden moogt ge ze hebben"

 

 

 

-"Zijn ze aan 't rondgaan voor den elektric mijnheer ?"

 

 

 

-"Ik heb 22 jaar geleden bij mijn trouw 'kastrollen' gehad en daar is nu iets aan"

 

 

 

-"Dokter Aers" "bijgedachte : moet ge dringend en kunt ge niet meer"?

 

 

 

-"ik zoek Nazzi Sylvain met dubbel Z" "bijgedachte, goed dat het dubbel Z is."

 

 

 

-"ik zoek nen drinkbak voor vissen" blijkt te bestaan, da's 't strafste

 

 

 

-"de nummer van het kerkhof van..."µ

 

 

 

-"50 jaar geleden woonden ze daar" ...In Engeland én gevonden

 

 

 

-terwijl hij dobbelde a volonté moest ik meeluisteren naar het weerbericht

 

 

 

-"hedde gij gin vettige lijn" op zijn Antwerps "Wat moet U hebben; een frituur?"

 

 

 

-15 JUNI 2003  25 graden, iedereen puf , oproep van een gejaagd iemand :

 

 

 

"het nummer van zonnebankcenter..."

 

 

 

-"jullie op de inlichtingen vinden alles, heb je soms de lottocijfers niet"

 

 

 

"4  9  17  28  32  40  42 ...en wij vragen maar 15 percent van de winst"

 

 

 

-"café de 'kleine beurs'",...uiteindelijk "ik heb geen 'kleine beurs'...gevonden Mr"

 

 

 

-"de nummer van Schietgat Rita aub"  kalm blijven operatorXYXX, kalm blijven

 

 

 

-"het nummer van de famillie 'CLOPTEROP'  bestaat

 

 

 

-nog nooit tegengekomen in carriere ;een echtpaar ,hij dokter, zij apotheker

 

 

 

, zou het kunnen dat dat bij wet verboden is of durft niemand dergelijke zaak beginnen

 

 

 

                                                                       35

 

 

 

-"ik zoek een prostitutiehuis; mijn moeder werkt daar "welk adres"; "wacht ik zal het eens aan onze pa gaan vragen" "welke naam" "Romantika"

 

 

 

-een klant die zich aanmelde met 'Piet Uytebroeck' en aan een soort astma leek te lijden, waardoor hij...en dat was het grappige-niet opzettelijk-hijgde terwijl hij zijn gegevens opgaf (met mijn exkuses voor deze mens)

 

 

 

-vrouw tegen haar kinderen, terwijl ze niet weet dat ik me al aangekondigd heb "zit eens effekes stil" "Ik zit stil mevrouw" klant voor 't zelfde geld aan't lachen gemaakt

 

 

 

-"de nummer van nen 'baar'; de 'Philip den Tweide'; minne vent zit doar; 'k weit het, het es 'spittig'...

 

 

 

-OVARIO in de Eikelstr bestaat

 

 

 

-vrouw over haar toeren wil 'zenuwdokter Gielen' "Rustig, mevrouw"

 

 

 

-en dan de onvergetelijke knaller van het jaar ; een oudje zoekt een rusthuis in een straat in Malle die NOOITRUST noemt...ik had niet mogen lachen want ze begon aan haar keuze te twijfelen

 

 

 

BELANGRIJK: van al deze annekdoten is er geen één uitgevonden. 

 

 

 

Is er ergens één programmeur die een programma over het gebruik van humor in kommunikatie voor een stemkomputer schrijven kan ? Dat willen we nog es zien.

 

 

 

 

 

 

 

BIJ al deze ,

 

 

 

Als je er nog weet…

 

 

 

 

 

 

 

Veertien en in een zetel, mijmerend

 

 

 

Hij kan het zich nog altijd herinneren, liggend in zo een korte goedkope Louis de zoveelste rondingen zetel in de ‘voorplaats’, eigenlijk, wou hij rondtrekken, de wereld in.  Een groot deel in hem nog altijd trouwens, 44 jaar later.  Van waar dat verlangen ? Terwijl alle wijsheid die je hier kan komen opdoen toch noodzakelijkerwijze wellicht, tussen zijn geboorte en nu liep, langs de wegen die hij nam.  Niet zozeer lag alles op voorhand vast vanwege een onzichtbare kracht, maar was alles sterk afhankelijk van alle beslissingen van vorige generaties.  In wat je daar mee deed, lag voor een stuk je vrijheid.   Op alle mogelijke literaire wijzen en met alle audiovisuele middelen, door het leven met al zijn gebeurtenissen en debatten heen, had hij zich een weg gebaand tot een heel hoog inzicht in het wat en hoe en waarom van de dingen.  Zou hij de wereld gewoon zijn creaties in blog vorm doorgeven of er een literair filosofisch werk rond schrijven ?  Een soort testament, zoals het oude en het nieuwe testament, geschreven van uit de inzichten van toen, maar nu weer anders, in een poging het hele leven te verklaren aan de hand van essays, vertelsels en poëzie.  Voortijdig, omdat er wel altijd nog zal geschreven worden en de evolutie verder gaat.  Niet meer met de woorden van toen, ‘de Heer die ons geschapen heeft’, al blijft ‘in den beginne was het woord’ een echte kanjer als openingszin.  Eigenlijk zou het eerste hoofdstuk moeten gaan over de ontstaansgeschiedenis van de huidige big bang cyclus, over de symboliek die achter deze wording verborgen zit, maar daarmee gaan we wachten tot op het einde…toch even een voorproefje uit de meer dan vijftig essays ?

 

 

 

 

 

 

 

troosters en troosteressen der bedrukten

 

 

 

Ook al eens vermoeidheid weggerust na een gesprek om iemand terug in het innerlijke evenwicht te brengen. Wegen dreigen soms te scheiden wegens onverdraagelijkheid. Vanwege iemands rust ? Afzonderlijk, samen en voorouderlijk opgebouwde levenservaringen ? Voelen mensen zonder uitspreken van dingen, zaken van mekaar aan die hen in de richting van andere wegen dwingen ? Maar ja, als alles dan toch uitgesproken werd.Misschien kan je niet op tegen sommige vormen van ziek zijn en het ongeluk dat er uit voort komt. Waar ging het fout ? De lange rechte weg zonder 'fouten' bestaat niet, al zijn er nog zovele wijze regels geformuleerd.

 

 

 

Onverdragelijkheid, niet meer draagbaar zijn, het gevolg van levenslopen en levens, woorden en daden. Innerlijke conflicten van vroeger tijden en nu, leiden tot boze geesten...best zo snel los te laten. Een serene sfeer opzoeken is er goed voor als je anderen of je zelf niet meer helpen kunt.

 

 

 

's Morgens. Ochtendlicht 5u30. De mist van een heldere augustusmorgen, hangt sierlijk mooi tussen de bomen en het al van het landschap met de kerk en de stilte en de boerderijen en huizen en zo. Zwarte vogels vliegen in paren uit en naast mekaar boven naar de kapel toe, van zuid naar noord, wat vanuit het Westen een prachtspektakel is. De kapel was open. Mensen moeten wel veel komen vragen daar, want er hing een aangename warmte van de vele tientallen vlammetjes van de novenen en de gewone kaarsjes. Of er moet een flauwe plezante ze allen aangestoken hebben. Nee, op weg naar de verlichting moet een mens soms door zware emoties, waar hij wel eens van verlicht wil worden. De natuur, een kapel, eenzaamheid én menselijke contacten zijn er al eens goed voor.

 

 

 

Bedrukt zijn vertraagt positieve evoluties van Uzelf en anderen. Er is zoveel om je over te verheugen en zoveel dat in zinniger toestanden kan worden omgezet. Overal het beste van proberen maken lijkt gecompliceerder

 

 

 

30/01/2101Ruth

 

 

 

Terwijl ze het neerschrijft, herinnert de 9Ojarige kleindochter Ruth zich nog heel goed hoe haar opa Octo op een koude januariochtend in 2044 uit een bootje op de vijver aan het Real Art-chaletje gehaald werd. 

 

 

 

 Ze was toen zelf 33 en verstoken zag ze hoe 2 gewapende agenten van de 'staatsveiligheid' hem aanmaanden naar de kant te varen. Waarom was een man van 88 jaar oud nog zo gevaarlijk ? 

 

 

 

Vanuit de vleugel voor politieke gevangenen zou hij later op een dag in de lente nog willen schrijven over die bewuste dag waarop hij er toen even aan dacht van naar de oever te roepen dat ze “maar best de

 

 

 

boot konden lekschieten” en hem maar beter spoorloos konden laten verzuipen, want dat hij  toch niet kon zwemmen,” gelogen  in de hoop  een soort verdwijntruk toe te kunnen passen.  Uiteindelijk werd hij dan toch meegenomen.

 

 

 

Veel kans om nog veel te schrijven kreeg hij niet want ze hebben hem haast ongemerkt zo één van die prikpicuurtjes toegediend waarvan je na enkele dagen spoorloos ‘verdwijnt’ omdat je hartspier ervan plots na een tijd verstijft.

 

 

 

Voor hij stierf dacht hij eraan hoe hij  het van hen met een oude verdwijntruuk uit de avonturenfilms van de 21ste eeuw nog had willen winnen...en aan zijn stukje over de Mierenetersbendes :

 

 

 

            ‘Zij’, de Miereneters, ‘Wij’, de Mieren.  Gelukkig waren er nog Mieren die zich minder vlug bewogen en die niet blindelings gehoorzaamden aan de wetten die de Miereneters na hun haast wereldwijde staatsgreep in 1999 opgelegd hadden.

 

 

 

            Hun hoofdwet was : denk niet na over het feit waarom je vaak op de moeilijkste momenten van de dag zoveel  stresserende produktieve arbeid moet leveren terwijl op een heel groot deel van de nietwerkende  Mieren, jacht werd gemaakt , teneinde ze te kunnen betrappen op werk.

 

 

 

            Een andere wet was dat je je ook niet moest afvragen waarom er zo’n groot verschil bleef bestaan in de verloning en behandeling van de verschillende soorten kantoor- of fabrieksmieren.  Een Mier uit Afrika bijvoorbeeld , plukte in ‘het zwart’ appelsienen voor de helft van ’t geld. 

 

 

 

            De meeste, militair best uitgerustte groepen Miereneters hadden hun tegenstellingen tijdelijk aan de kant geschoven en zich verenigd in een soort van wereldwijde brandweer die eerst alle pyromanen die graag met vuur speelden, van vuurstokjes voorzagen : pyromanen zoals daar waren : extreme nationalisten,  fanatieke religieusen die nog altijd niets van de menselijke inhoud van het woord ‘religie’ begrepen hadden, de maffia, …of bevriende regeringen en hun legers.    Van zodra dan iedereen voldoende opgehitst was  en de eerste branden een feit ;landden dan altijd de onderhandelaars van de Mierenetersbrandweer om de branden te blussen ,’lees’, aan te

 

 

 

wakkeren.

 

 

 

                                                                       99

 

 

 

 

 

 

 

Uiteindelijk kwamen de brandweerploegen overal zogezegd ‘humanitair’ tussen om overal ter wereld hun militaire basissen te kunnen vestigen…zeker voor ’t geval dat er nog meer brand zou te verwachten zijn.   Want er waren toen zo’n  soort imperialistische brandweeroefeningen tussen de verschillende soorten verenigingen van internationale Mierenetersbendes aan de gang.

 

 

 

            In die tijd werden de Mierenetersbendes ingedeeld alnaargelang de plaats van afkomst van hun sponsors.  Zo waren er de $-M.-eters, de petroleum$-M.-eters uit dorre zandvlakten die vaak op de fanatiekste hunner geloofsgenoten gokten bij het besteden van hun overvloedige winsten…en nog

 

 

 

andere op hun beurt verdeelde groepen die ook de Miereneters van hun vroegere kolonies van vuurstokken voorzagen om hun plaatselijke Mieren armoedig en onderdanig te houden en hun voor rekening  van de rijkste der oorspronkelijke Miereneterslanden blijven uit te buiten. 

 

 

 

Nooit mocht er worden gezegd of geschreven dat het allemaal om grondstoffen en ekonomische en bijgevolg politieke machtsspelletjes ging…nee…er waren overal wel ergens branden die moesten worden geblust…overal moest ‘humanitair’ geholpen worden…wie dat tegensprak was een Mier onwaardig.

 

 

 

Ook al werd de toestand in de brandende bijkantoren van de Miereneters zo uitzichtloos dat de plaatselijke Mieren totaal aan de maffia  waren overgeleverd…de grote Miereneters kon je geen verwijten maken. Trouwens, ze werkten toch ook maar voor de anonieme kartels van de grote  Mierenhouders die via de Mierenmanagers het leven van miljoenen Mieren in goede, want winstgevende banen hielden.  Steeds bezorgd om markten en groei leidden de  Mierenstaten hun legers vechters, werkers en werklozen in de richting van het meeste opbrengst van het geld :  in de richting van onder andere wapenproduktie, krisis, groei en oorlog.

 

 

 

 

 

 

 

            Een tiental jaar na de tweede grote oorlog uit de twintigste eeuw

 

 

 

werd grootvader Octo geboren.  Ruth snuffelde in de teksten die hij had nagelaten.  Ze besloot ze in plaats van louter chronologisch eerder filosofisch te rangschikken :  eerst  die stukken die over ’t ontstaan van ’t leven gingen, over hoe het leven ‘werd’; dan die artikels en pamfletten of betogen over ’t geld en de politiek errond als één deel, de

 

 

 

stoffelijke bestaansvoorwaarden dus(de stukken over over de kollektieve geschiedenis van het ‘hebben’  );

 

 

 

en tenslotte over al die energieen die met de innerlijke en intermenselijke kant van het ‘zijn’ te maken hebben. 

 

 

 

Over ‘worden’, ‘hebben’ en ‘zijn’ daar ging het altijd over.   Pamfletten en nog veel meer, vondt ze terug.  'Hadden we al maar een ander systeem om de samenleving te beheren,,,,dacht ze.'  Ze vond een kaartje in z'n gedichtenbundel die openviel :

 

 

 

DE ECHTE KUNSTENAARS  : Wandel door onze steden en dorpen...

 

 

 

Wie bouwde alles wat staat en beweegt en in onze winkels ligt ?

 

 

 

Wie onderhoudt de akkers, de plantages en weiden ?

 

 

 

Het werkvolk begot.  Zelfstandig of als loonkracht

 

 

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.