13-07-14

de snelheid van licht in micro-enmacrocosmos/bewijs van eeuwig leven

 

SAM_6595.JPG

 

15.de snelheid van licht en de mikro-en makrokosmos

            Als we naar de maan kijken is het licht dat we zien 1 sekonde onderweg geweest.  Het licht dat rechtstreeks van de zon komt, het zonlicht, doet er acht minuten over.  

Het licht uit de makrokosmos komt dus uit het verleden(nog van de bigbang) en bereikt ons als waarnemer in het  NU...de grens van verleden met toekomst. Ook de mikrokosmos is een niet volledig volgens dezelfde wetten opgebouwde wereld met kernen (atoomkernen) zoals de sterren en elektronen(planeten, manen) die errond cirkelen.

             Heeft het atomaire licht ook een snelheid nodig om ons te bereiken of valt het volledig met onze tijdszijn samen of...of reist dat anti-materie-licht in de richting van de toekomst als we de richting van het licht uit de makrokosmos als het verleden beschouwen...of valt de snelheid van het atomaire licht niet samen met het uiteinde van het verleden en bevindt het licht in de atomen hun anti-materie zich in ons hier en NU in een genetische of atomaire vorm die tevens het volledige naslagwerk van ons verleden vormt ?  Ik denk eerder aan een combinatie van de drie stellingen, met altijd een 'voorzienigheid' naar de toekomst toe.

            Wat kan ik daar nu mee aanvangen zal je zeggen?  Vermits onze geest één is met de materie, want we komen  uit de straling die de materie vormde voort...en alles wat er gebeurdt met materie en straling te maken heeft en weer straling en uiteindelijk weer één punt met bijna geen inhoud wordt; kunnen we ons beginnen afvragen of we niet al geen miljarden bigbangs en ontwikkeling van biologisch leven meegemaakt hebben.  Miljarden herkansingen. 

Uitgaande van het bovengaande, kan je een aantal schetsjes maken. 

De ruimterekening gaat van klein naar groot.  Ruimte werd door de bigbang geschapen, werd groter en groter en groeit voort.  De tijdsrekening gaat van verleden naar toekomst, van min naar plus.

De snelheidsberekening van makrolicht en mikrolicht met waarnemer gaat van min naar plus, van verleden naar toekomst en wij als waarnemer altijd op het uiteinde van het recenste verleden...ons wegdek om te rijden, de toekomst, altijd in 't oog houdend.  Vergeet niet op tijd te rusten...zodat je bewust dagelijks de toekomst weer plannen kunt...in zoverre die toekomst al planbaar is...soms kan je er alleen maar op inspelen... .

 

SAM_6564.JPG

 

16.het bewijs van het eeuwige leven (gebasseerd op wetenschappelijk artikel)

            °schuine tekst=mijn bedenkingen

            In 1956 deed men een experiment waaruit men eiwitten uit dode materie liet ontstaan.   Ze hadden de neiging zich tot ingewikkelder strukturen te ordenen.  Zo verliep ook de evolutie van atoom tot cel en zo verloopt ook de ontwikkeling van het bewustzijn.  De natuurlijke selektie is al op molekulair gebied begonnen.

            Was het beginpunt vóór de oerknal een punt zonder inhoud of een punt dat de zinloosheid, de inhoudsloosheid benaderde...ik denk het tweede.  Het eerste uitgangspunt verondersteld een vacuüm, homogener van struktuur dan het ijlste gas.  In een punt zonder afmetingen zou een toestand van instbilitieit ontstaan zijn die tot een toestand van lagere symmetrie leidde.  Dat punt van absolute bron van scheppingskracht,de volmaakte symmetrie en rust zou dan vanuit zijn toestand van onverschillig evenwicht onder groeiende druk die de uiterste grens van het mikrobestaan benaderdt...ontploffen.

Of daarbij dat mikrosopisch minpunt eerst moet worden bereikt is een vraag voor atoomgeleerden...maar ik denk intuitief dat juist de onbereikbaarheid en onhoudbaarheid van het korter bij dat punt komen de bron van alle schepping is.  Wij, die van dezelfde bouwstenen komen schipperen ook nog altijd tussen rust en onrust.  Vanuit dat punt schiepen de verschillende soorten van straling daarna de materie die dan tevens weer uiteindelijk de cel ontwierp...uiteindelijk zal alles weer straling worden.  Staan wij aldus niet

                                                                       35

 

symbool voor dat proces van wording en verwording en wordt niet uiteindelijk alles weer straling om weer in het aanvangspunt van vóór de oerknal te verdwijnen ?  Van oerknal naar binair tellen : o en 1...veel, maar tegelijk in essentie alleen de soort energie veranderd ?

            Bij de overgang van een toestand van volmaakt evenwicht naar een toestand van lagere orde kwam er ondenkbaar veel energie vrij.  Is dus het verschil tussen oneindig veel opgeslagen, gebalde energie en minder energie hetzelfde als tussen volmaakte rust en onrust ?  Hetzelfde systeem zien we  tussen de neutronladingen van atomen(plus en min in evenwicht) en de interakties tussen de positieve protonladingen en de negatieve elektronenladingen...om altijd weer die 'rust' te herstellen.  We zouden nu reeds veel parrallellen met persoonlijke en maatschappelijke relaties kunnen trekken. 

            Het punt van volmaakt evenwicht spatte dus uit mekaar en met de snelheid van het licht verspreidden energiepakketjes zonder massa (straling) zich in alle richtingen door de ruimte.  Hoe dikwijls kan dat al niet gebeurd zijn die kosmische reis van bijna niks naar alles en terug ?  Een voortdurend proces van schepping en vernietiging volgde.  Hetzelfde stramien als ons biologische en psychologische leven, bij schepping komt altijd een meerwaarde aan energie vrij...bij vernietiging ook ? 

            Het heelal toen, was één fotonenzee (straling).  Fotonen,straling, ontstaat uit de botsing tussen een antideeltje (positron) en een deeltje (elektron).   Beide deeltjes annihileren (opheffen-vernietigen) mekaar.  De aanvankelijk kleine ruimte van het heelal groeide.  Alle mogelijke fotonen konden ontstaan.  De fotonen konden door paarvorming overgaan in materie.  In deeltjes, altijd vergezeld van hun anti-deeltjes.  De materie waaruit we bestaan hervalt in z'n oorspronkelijke bouwstenen waaronder mineralen, lucht maar ook straling...gaat die voortdurende binding of verbinding na de dood niet gewoon verder via de straling die ingrijpt in de materie of opnieuw materie schept ?  Misschien via het gevoelsleven en de intuitie ?

            Momenteel   zijn er een 100-tal elementaire deeltjes bekend (de meeste met een extreem korte levensduur).

Deeltjes en anti-deeltjes annihileren mekaar ogenblikellijk en ze laten de enegie achter waaruit ze voortkwamen   

De gekreërde materie die de ruimte ingeslingerd werd ging door annihilatie weer over in straling (fotonen).

Aanvankelijk was er slechts één soort elementaire deeltjes die mekaar beïnvloeden door het uitzenden van  krachtvoerende deeltjes, die een aantal van hun eigenschappen dragen. (zoals onze deeltjes ook onze eigenschappen dragen). Elementaire deeltjes bestaan op de grens van materie en anti-materie (tussen materie en straling)(tussen aarde en hemel, tussen mikro -en makrostruktuur).  De energie die ze bij hun vorming kregen moet zo snel mogelijk weer worden afgestaan. Het leven...geven en nemen...doorgeven.  Er is alleen rust en onrust...beiden onafscheidelijk verbonden. 

            Krachtvoerders zijn eigenlijk de communikatievorm tussen de elementaire deeltjes, met geen of slechts een kleine massa die ze bij hun vorming meekregen...die massa moet zo snel mogelijk weer worden afgestaan.

Lichtere krachtvoerders hebben een heel groot afstandsbereik.  Is zich 'leeg','zonder kopzorgen''gevuld met inzicht en vertrouwen' ...kunnen maken ook niet een toestand waarin je veel meer energie kunt doorgeven ?

Zwaardere krachtvoerders moeten de geleende massa en energie sneller terugbezorgen, zodat ze een kleiner krachtveld bestrijken. Meer met negatieve gevoelens beladen mensen...kleinere radius.

De kosmische krachten berusten op het principe dat ze zich kunnen laten gelden binnen de beperkte straal van een atoomkern, andere zijn werkzaam van het ene uiteinde van het heelal...tot het andere.                              36

           

            De eerste frakties van miljardsten van sekonden na de oerknal bestond er nog maar één soort materiedeeltje met zijn antideeltje (we zijn er allemaal nog afstammelingen van en als man en vrouw staan we er enigszins symbool voor).  Er was dus nog maar één krachtvoerend deeltje en één kosmische kracht.  De symmetrie van het heelal was nog erg groot. De kunst was vanuit wanorde terug symmetrie te krijgen.  De temperatuur daalde in een flits van oneindig naar 100.000 x een miljard x een miljard °C en toen ging de zwaartekracht haar eigen weg...gedragen door gravitonen...(krachtvoerders zonder massa).

Twee of meer materiedeeltjes kunnen over een oneindige afstand voortdurend gravitonen uitwissellen zodat ze elkaar aantrekken. De kracht is zeer zwak maar kan kumultatief groot worden...zodat ze zelfs sterrenstelsels en melkwegen bij mekaar kan houden. (zie ook onze lichamen)...Zover waren we echter nog niet. 

            Vanaf een bepaalde temperatuur werden er geen nieuwe X-deeltjes(straling) en daarmee overeenstemmende materie en anti-materie gevormd.   De annihilatie haalde de overhand en heel de X-kosmos ruimde de baan voor allerlei nieuwe deeltjes met bijhorende krachtvoerders. 

            Het heelal werd niet alleen groter, koeler en minder dicht...maar ook ingewikkelder.

De bijna-kleinste mikrobouwstenen,de anti-materie, de quarks...wisselden gluonen uit...deze verplaatsten zich met de snelheid van het licht.  Quark en anti-quark...een kleur en een anti-kleur.Rood, groen of blauw.   Op zeer korte afstand is hun kracht nul.  Op toch iets  om op grotere submikroafstand wordt de kracht onvoorstelbaar groot om op grotere afstand weer nul te worden.  Door het afgebakend bereik van deze quark-kleurenkracht  kunnen 2 of meerdere quarks zich alleen maar binnen kleine ruimte binden...de binding veronderstelt dat de gezamenlijke kleur van de betrokken quarks wit is. 

De quark-antiquarkcombinatie vd gluonen die de quarks uitwissellen is echter nooit wit, wat betekent dat ze in een triplet voortdurend van kleur veranderen, maar dan zo dat de totaliteit altijd wit blijft.  Er zijn ook nog opquarks met een lading van plus tweederde en neerquarks met een lading van min éénderde.  De combinatie van twee opquarks en één neerquark levert een triplet op met een totale lading plus 1, een proton dus...een opquark levert samen met twee neerquarks een neutron op, met lading nul.  Neer en op, beide nodig om iets essentieels te vormen.

Proton : groen, neutron :wit, elektron : rood, foton : blauw... .  (gevoel, intuitie,verstand en inspiratie...zouden ze in essentie niet ook uit kleuren bestaan ?). 

            Slechts één miljardste vd materie bleef bestaan.  Naast de zwaartekracht (positie?)en de kleurkracht (samenstelling?) liet ook de zwakke wisselwerking (beweging?) zich in het prille heelal gelden.

De zwakke wisselwerking werkt met extreem kort afstandsbereik op alle mogelijke elementaire deeltjes in en wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid van krachtvoerders (de vektorbosonen).  Naarmate het effekt dat ze op ladingen hebben onderscheiden we deze quark enn anti-quarkcombinaties in w+,w- en w° (+handelen,-handelen, °handelen...of links, rechts of neutraal geladen?)...(binden, niet-verbinden, tekorten, tevelen, evenwicht...verschillende toestanden, verschillende reakties)  

            De vektorbosonen veroorzaken tal van interakties, waarbij deeltjes voortdurend in andere deeltjes omgezet worden.  De zwakke wisselwerking kan bijvoorbeeld maken dat in 1 proton één vd opquarks verandert in een neerquark, met als gevolg dat het proton een neutron wordt (zie ook gemoedsgesteltenis?). Door de bestendige interaktie en het voortdurend in mekaar overgaan, kwamen alle elementaire deeltjes  in even grote hoeveelheden in het heelal voor.  Naarmate de afkoelingen de expansie verder gingen, werden echter geen nieuwe quarks enantiquarks meer gevormd.  De deeltjes die nog niet in stabielere strukturen waren geraakt, vernietigden mekaar massaal...daarbij kwam zoveel energie vrij zodat de afkoeling tijdelijk weer wat geremd werd.  Op dat ogenblik

                                                                       37

bestonden er evenveel protonen als anti-protonen evenveel neutronen als anti-neutronen.  Zij konden dus alleen nog maar annihileren en ze zouden voorgoed uit het heelal verdwenen zijn als de SYMMETRIEVERBREKING waarmee het allemaal begon zich niet had verdergezet.

Ongeveer 1 van elke miljard protonen en neutronen vond geen anti-deeltje...ongeveer 1 miljard van alle tevoren materie bleef dus bestaan. 

            1/1000ste sec.  na de oerknal was de t° van het heelal zo gedaald dat er naast de resterende fotonen, protonenen neutronen ook elektronen met een -1 lading ontstonden, samen met een lading +1.  Deze deeltjes zijn zo dicht dat hun hun creatie door paarvorming minder energie vergt.  Dit proces kon aan de gang blijven totdat het heelal tien sekonden oud was (daarna was de t° zo koud dat ook geen elektrons en positrons meer gevormd konden worden).

Ze konden alleen nog annhileren, waarbij de afkoeling van het heelal weer tijdelijk geremd werd.  Uiteindelijk bleef er door de zich steeds verder zettende symmetrieverbreking ook hier een overschot aan elektronen achter. (-deeltjes, vandaar dat veel later XXde basis voor de voortplanting werd? ) 

            In de eerste tien sekonden na de oerknal van de geschiedenis werd dus alle materie gekreëerd, ook die waaruit U en ik zijn opgebouwd.  Nadien was de energie al zo zeer uitgedijd en verdund dat er geen nieuwe deeltjes meer konden ontstaan.  Het hele universum is dus samengesteld uit een klein restant van bouwsteentjes die 15 miljard jaar geleden met een ontzagelijke kracht in alle richtingen de ruimte werd ingeslingerd.  Na drie minuten was de t°gedaald tot 1miljard °C.  Nog meer krachten lieten zich toen gelden.  Protonen en Neutronen gingen mesonen uitwissellen , virtuele deeltjes die ook al uit een quark en een anti-quark bestaan...ze zijn de dragers van de sterke kernkracht (zie ook  ontstaan van zwaartekracht, kleurkracht, zwakke wisselwerking).  Die sterke kernkracht kan protonen en neutronen stevig tot kernen binden...maar ze reikt niet verder dan de omvang van een doorsnee kern.

chacun ça place.  Waterstof en helium vullen het heelal.  Ruterrford en Bohr beschouwden het atoom als een soort zonnestelsel.  Schrödinger en Heisenberg leerden ons evenwel dat elektronen geen vaste banen rond de kern hebben.

Uit het samenspel van al de kosmische krachten werden de atomen geboren.  Als twee of meerdere protonen botsen, worden ze door de sterke kernkracht naar mekaar mekaar toegetrokken maar door de gelijke lading drijft de elektromagnetische kracht ze uit mekaar.  De materie zat toen nog sterk op mekaar gepakt.  Sinds de oerknal werd het heelal per sekonde 300.OOO kmin alle richtingen ruimer.  De protonen waren wel gedwongen van dicht bij mekaar te blijven, zodat ook de zwakke wisselwerking kon intreden.  Die kon een proton omzetten in een neutron (die de elektormagnetische kracht niet meer voelde...de sterke kernkracht kon de deeltjes dan aan mekaar (elkaar)binden.

Op die manier ontstonden de kernen van waterstof...die door neutronen van mekaar gescheiden werden en de elektromagnetische kracht minder voelden.  Het heelal vulde zich op die manier met 75%waterstof en 25%heliumkernen.(zie verhouding aarde, water-vastland, en verhouding mens : 90%water)  Na zo'n 7000jaar zakte de t° tot 3000graad Kelvin.  Thermische energie en bewegingsenergie waren dermate afgenomen dat de negatief geladen elektronen konden gaan kombineren met de positief geladen kernen.  Ze werden niet meteen bij de vele onderliggende botsingen losgeslagen.  Ze gingen met de kernen hogere strukturen vormen. (evolutie naar meer bewustzijn en samenwerking was van toen al bezig) Rond elke waterstofkern kwam één elektron te cirkelen, rond elke heliumkern zochten er twee hun baan op en zo ontstondende waterstof-en heliumatomen die alle vrije atomen opslokten. Ook rond onze kernen 'cirkelen' anderen. 

            Het heelal werd zodus transparant.  Gevolg : een ontkoppeling tussen materie en straling...tot dusver had beide zich in bestendige wisselwerking voorgedaan.  Voor elk

                                                                       38

materiedeeltje bestonden ruwweg 1 miljard fotonen.  Ze werden er voortdurend door geabsorbeerd en in één of andere richting weer uitgestraald.  Toen alle vrije elektronen in atomen gebonden raakten, veranderde dat echter.  De straling werd niet langer gehinderd door de aanwezige materie.  De fotonen kondeen onbeperkt door de ruimte reizen...het heelal werd transparant (scheiding materie-eterie...maar toch nog beïnvloeding ?)  Naarmate het heelal verder uitzette werd de straling verdund, energiearmer...dus haar golflengte steeds groter...gammastralen gingen over in röntgen, ultraviolet, zichtbaar licht, infrarood en ten slotte radiogolven.  De energie vd fotonen werd met het uitdijen steds verder omgezet  in heelalvolume, maar de energie die overeenstemt met de massa vd materiedeeltjes bleef onverminderd behouden :  het tot dusverre door straling gedomineerde heelal,

GING GAANDEWEG OVER IN EEN DOOR DE MATERIE GEDOMINEEERD HEELAL.(wat primeert er na de dood, fysisch gezien, straling of materie?)

            Een miljoen jaar na de oerknal was de t° gedaald tot 1000°Kelvin en de zwaartekracht kreeg meer vat op de materiedeeltjes en op miljarden plaatsen tegelijk ontstonden verdichtingen in het gasmengsel van waterstof en helium. Atomen uit de omgeving werden er steeds sneller toe aangetrokken en de immense gaswolk stortte overal  tegelijk inMelkwegstelsels, gegroepeerd in clusters, die soms op hun beurt van superclusters deel uitmaakten.

Op tal van plaatsen werd de materie iets sneller samengeprest dan elders.  De aaantrekkingskracht op het omringende werd steeds groter (zie ook later vorming van groepen,dorpen, steden) en de instortende centra gingen steeds sneller om hun eigen as tollen.  IN hun middelpunt werd het steeds heteren zo'n vier tot acht miljard jaar geleden begonnen de sterren vd eerste generatie te gloeien. Vanaf 15000°C konden de waterstofatomen in hun binnenstetot helium versmelten .  Bij een dergelijke kernfusie is de totale massa vd heliumkernen kleiner dan de som vd vier deeltjes(twee protonen, twee neutronen), waaruit ze werden gevormd. Bij fusie komt er dus meer energie vrij...onder de vorm van straling...zie ook samensmelting gameten,geslachtscellen ?  Eén deel vd massa gaat over in energie, met als gevolg dat de t° in de oersterren kon stijgen tot 10 à 15 miljoen °C.  Vantoenafaan begon het helium te branden in een steeds krachtiger fusieproceswerden er allerlei nieuwe en grotere atoomkernen gesmeed.  Zo ontstonden koolstof, zuurstof,ebij t° van miljarden graden ook zwaardere kernen zoals zwavel, silicium en tenslotte ook ijzer.
            De aarde ontstond uit een beetje kosmisch gruis.  Uiteindelijk liepen de t° in de sterren vd eerste genertie zo hoog op dat ze ontploften.  Op het moment vd explosie werden nog zwaardere elementen gevormd, maar hun kernen waren veelal onstabiel.  Ze begonnen meteen na hun ontstaan weer uiteen te vallen.  Daarbij kwam de erin besloten energie weer vrij in de vorm van straling.  Ze waren m.a.w. radioaktief.  Bij de explosies vd sterren vd eerste generatie werden de in hun binnenste gevormde elementen de ruimte in geslingerd.  Voortaan bevatte het heelal 99%waterstof en heliumgas en 1% zwaarder elementen.

            Bij de volgende plaatselijke verdichting in de materie werden de lichtste elementen het meest naar de zich vormende centera gezogen.  De zwaardere atomen voelden de aantrekkingskracht ook, maar op weg naar één vd vele smelthovens kwamen ze o.i.v. de elektromagnetische kracht molekulen te vormen.  Ofwel gingen verschillende atomen gebruik maken van gemeenschappelijke elektronen (covalente binding) ofwel werden atomen met een tekort aan elektronen omwille van hun positieve lading aangetrokken door atomen met een teveel aan elektronen, atomen met een negatieve lading dus.(het spel van teveel naar te weinig en te weinig naar te veel dus...zie ook menselijke relaties allerlei soorten).  De zwaarste molekulen trokken andere atomen en molekulen uit hun omgeving aan en zo kwam het aan de buitenrand vd instortende nevels tot lokale samenbundeling

                                                                       39

van materie, vooral vd zwaardere elementen die in de sterren vd eerste generatie gevormd werden.  Gas en -stofwolken verdichten en gingen sneller rondwentelenen de vorm van platte schijven aannemen, hun centrum begon te gloeien en de sterren vd tweede generatie werden 4,4miljard jaren geleden-de zon- geboren. De buitenlagen vd gas-en stofwolk verdichten zich tot planeten die rond de zon draaiden en er door de zwaartekracht aan verbonden zijn.

           

De commentaren zijn gesloten.